ECLI:NL:OGHACMB:2015:57
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vorderingen tegen Statenvoorzitter wegens bevoegdheidsbeperking
Appellant en de politieke partij MFK zijn in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank Curaçao waarin zij niet-ontvankelijk werden verklaard in hun vorderingen tegen de voorzitter van de Staten van Curaçao. De vorderingen hadden betrekking op de uitsluiting van appellant van een Statenvergadering op grond van het Reglement van Orde.
Het Hof stelt vast dat de bevoegdheid om als procespartij op te treden in beginsel niet aan organen van rechtspersonen toekomt, en dat er geen uitzondering geldt voor de voorzitter van de Staten. Hierdoor kunnen appellant en MFK niet ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen tegen de voorzitter, ook niet op grond van schending van het recht uit het Bupo-verdrag.
Het Hof oordeelt verder dat de burgerlijke rechter wel bevoegd is om kennis te nemen van geschillen over burgerlijke zaken, maar dat de scheiding der machten terughoudendheid vereist bij inmenging in interne Statenprocedures. Een uitzonderlijk geval dat inmenging rechtvaardigt, is hier niet vastgesteld.
Daarom worden de vorderingen afgewezen, het bestreden vonnis vernietigd en een nieuwe uitspraak gedaan waarbij appellant en MFK worden veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Appellant en MFK worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen tegen de Statenvoorzitter en veroordeeld in de proceskosten.