ECLI:NL:OGHACMB:2015:55
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- E.A. Saleh
- G.C.C. Lewin
- S. Verheijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis inzake ingebruikneming waterkavels en onrechtmatig handelen
Het geschil betreft het gebruik en de bebouwing van waterkavels 5 en 5A door [appellant], waarbij de Stichting als eigenaar van omliggende terreinen vorderingen heeft ingesteld wegens onrechtmatig handelen en het ontbreken van een recht van overpad.
Het Gerecht in eerste aanleg (GEA) heeft de vorderingen van de Stichting gedeeltelijk toegewezen. [Appellant] stelde in hoger beroep diverse grieven in, waaronder dat het GEA onterecht vonnis had gewezen, dat er een recht van overpad bestond, en dat het A-huis met vergunning was gebouwd. De Stichting stelde incidenteel appel in en vorderde volledige toewijzing.
Het Hof oordeelde dat [appellant] geen recht van overpad heeft, het gebruik van het terrein van de Stichting onrechtmatig is, en dat het A-huis zonder vergunning is gebouwd. Bewijs van een bouwvergunning voor het A-huis ontbrak. Het beroep op gewoonterecht en verkrijgende verjaring faalde wegens onvoldoende bewijs van bezit van een erfdienstbaarheid. De grieven van beide partijen faalden, en het Hof bevestigde het vonnis van het GEA.
De proceskosten werden in beide appellen gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd gewezen door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 8 september 2015.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis dat [appellant] geen recht van overpad heeft en onrechtmatig handelt door gebruik en bebouwing van de waterkavels, met compensatie van proceskosten.