Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
ambtshalve P3);
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
In deze beschikking van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 23 juni 2015 staat centraal een verzoek van een partij om afzonderlijk hoger beroep in te stellen tegen een vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire. Het verzoek betreft tevens de voeging van deze partij aan de zijde van Bonaire Boating in de hoofdzaak.
Het Hof overweegt dat het griffierecht voor het indienen van een dergelijk verzoek volgens het Landsbesluit tarieven in burgerlijke zaken (Ltbz) NAf 900,- bedraagt, maar dat in dit geval het griffierecht begroot moet worden op NAf 15.000,- vanwege het geschatte directe geldelijke belang. De partij wordt in de gelegenheid gesteld dit griffierecht binnen zes weken te voldoen, bij gebreke waarvan het hoger beroep vervalt.
Verder wordt geoordeeld dat het vonnis waartegen het hoger beroep wordt ingesteld een eindvonnis is, zodat geen vergunning nodig is om hoger beroep in te stellen. Indien het griffierecht tijdig wordt voldaan, worden de verweerschriften van de tegenpartijen opgevat als memorie van antwoord en staat voeging aan de zijde van Bonaire Boating open. De zaak wordt verwezen naar de rol voor nadere afhandeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afhankelijk gesteld van betaling van griffierecht van NAf 15.000,- binnen zes weken, bij gebreke waarvan het vervalt.