Uitspraak
Procesverloop
Ingevolge artikel 4, eerste lid, heeft een statenlid na zijn aftreden recht op pensioen ten laste van ’s Lands kas, indien hij op dat tijdstip in totaal gedurende ten minste 1 jaar statenlid was en alsdan de leeftijd van 50 jaren heeft bereikt of overschreden.
Ingevolge artikel 6, eerste lid, wordt het pensioen van een gewezen statenlid berekend over het gehele tijdvak dat betrokkene statenlid was, en bedraagt na 12 jaren vervulling van het statenlidmaatschap, het maximum pensioen dat ingevolge de bepalingen van de Pensioenverordening landsdienaren (AB 1991, no. GT 25), aan een gewezen ambtenaar jaarlijks kan worden toegekend, vermeerderd met 5 procent.
Ingevolge het tweede lid bedraagt het pensioen voor elk jaar gedurende hetwelk betrokkene statenlid was, het een twaalfde gedeelte van het maximum pensioen als in het vorige lid bedoeld, en voor elke maand gedurende welke betrokkene statenlid was, het eenhonderdvierenveertigste deel daarvan. Bij de berekening van het pensioen wordt een gedeelte van een maand voor een volle maand medegeteld.
Ingevolge het vijfde lid vindt, in geval van cumulatie van het pensioen van een statenlid met andere pensioenen dan wel uitkeringen welke direct of indirect ten laste komen van ’s Lands kas of van de kas van een ander publiekrechtelijk lichaam, geen inkorting plaats.
Beslissing
verklaarthet hoger beroep
gegrond;
vernietigtde uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 23 februari 2015 in zaak nr. LAR 160 van 2014;
verklaarthet bij het Gerecht in die zaak ingestelde beroep
ongegrond;
de griffier,
voor deze,