AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding in bestuursrechtelijke zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 20 november 2013 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een eerdere uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba. De zaak betreft de vraag of het beroepschrift tijdig was ingediend na een beslissing op een bezwaarschrift.
Volgens artikel 27 vanPro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken, die ingaat op de dag na de dagtekening van de beslissing op het bezwaarschrift. In deze zaak begon de termijn op 4 juli 2012 en eindigde deze op 14 augustus 2012. Het beroepschrift werd niet binnen deze termijn ingediend.
Artikel 28 LarPro biedt een mogelijkheid om niet-ontvankelijkverklaring achterwege te laten indien de indiener aannemelijk maakt dat het geschrift zo spoedig mogelijk na afloop van de termijn is ingediend en het tegendeel niet blijkt. Appellante heeft echter geen feiten of omstandigheden gesteld die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken.
Het Hof oordeelt daarom dat het Gerecht in eerste aanleg terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens overschrijding van de termijn. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van het Gerecht wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de wettelijke termijn voor het indienen van het beroepschrift.
Uitspraak
HLAR 63993/13
Datum uitspraak: 20 november 2013
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep van:
[Appellante], wonend in Aruba,
appellante,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 5 december 2012 in zaak nr. LAR nr. 2449 van 2012 in het geding tussen:
appellante
en
de minister van Economische Zaken, Sociale Zaken en Cultuur.
Openbare zitting op 20 november 2013 om 11.00 uur.
Tegenwoordig:
mr. J.Th. Drop, voorzitter
mr. R.W.L. Loeb, lid
mr. A.W.M. Bijloos, lid
mr. N.A. Martines, griffier
Verschenen:
De minister van Economische Zaken, Sociale Zaken en Cultuur, vertegenwoordigd door mr. V.M. Emerencia, H. Tromp en I. Orman, allen werkzaam in dienst van het land.
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Daartoe overweegt het als volgt:
Ingevolge artikel 27, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar) bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken en gaat deze in op de dag na die, waarop de beslissing op het bezwaarschrift is gedagtekend. Ingevolge artikel 28, derde lid, blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op die grond achterwege, indien de indiener aannemelijk maakt dat hij het geschrift heeft ingediend, zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden en het tegendeel daarvan niet blijkt.
Het Gerecht heeft terecht overwogen dat de termijn van 42 dagen voor het instellen van beroep, nu deze op 4 juli 2012 is aangevangen, op 14 augustus 2012 is geëindigd. Nu het beroepschrift niet binnen die termijn is ingediend, appellante in hoger beroep niet langer feiten en omstandigheden stelt ten betoge dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar is en van zodanige feiten of omstandigheden ook niet is gebleken, heeft het Gerecht het beroep terecht wegens het overschrijden van de voor het instellen ervan gestelde termijn niet-ontvankelijk verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
w.g. Drop
voorzitter
w.g. Martines
griffier
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift, de griffier, voor deze,