ECLI:NL:OGHACMB:2012:BW7356
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning wegens onvoldoende middelen van bestaan
De minister van Justitie weigerde op 6 januari 2011 een verzoek van een vreemdeling om een vergunning tot tijdelijk verblijf wegens onvoldoende aantoonbare middelen van bestaan. Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao vernietigde deze weigering op 27 september 2011 omdat het bestuurscollege later een tewerkstellingsvergunning aan de vreemdeling had verleend, hetgeen de minister niet had onderzocht.
De minister stelde in hoger beroep dat het aan de vreemdeling was om aan te tonen dat aan de toelatingseisen werd voldaan, en dat het Gerecht ten onrechte vond dat de minister dit zelf had moeten onderzoeken. Het Hof oordeelde dat de minister gelijk had: de vreemdeling diende bewijs te leveren dat zij over voldoende middelen beschikte, waaronder het overleggen van de tewerkstellingsvergunning.
Omdat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat zij de tewerkstellingsvergunning tijdig aan de minister had overgelegd, werd het hoger beroep gegrond verklaard. De minister moet een nieuwe beschikking nemen met inachtneming van de overwegingen van het Hof en het Gerecht. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de minister dient een nieuwe beschikking te nemen.