ECLI:NL:OGHACMB:2012:BW4846
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige hechtenis wegens onrechtmatige weigering voorwaardelijke invrijheidstelling aan vreemdeling
Verzoeker is veroordeeld tot vijf jaar en zes maanden gevangenisstraf wegens overtreding van de Opiumlandsverordening 1960 en zit in voorlopige hechtenis. Hij verzoekt om opheffing van deze voorlopige hechtenis omdat de Minister van Justitie zijn verzoek om voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) heeft afgewezen op grond van een beleid dat veroordeelde vreemdelingen met een gevangenisstraf langer dan vijf jaar geen VI krijgen.
Het Hof oordeelt dat dit beleid niet algemeen bekend is gemaakt en niet als een bestendige gedragslijn kan worden beschouwd. Bovendien zijn positieve adviezen van de gevangenis en de Reclassering overgelegd, die wijzen op voorbeeldig gedrag en het ontbreken van bewustzijn van dit beleid binnen deze instanties. Hierdoor is bij verzoeker vertrouwen gewekt dat zijn VI niet categorisch zou worden geweigerd vanwege zijn vreemdelingenstatus.
Het Hof concludeert dat de Ministeriële Beschikking van 13 maart 2012, waarin het verzoek om VI werd geweigerd, niet in stand kan blijven. Gezien het feit dat de VI-datum reeds is verstreken en er geen gegronde redenen zijn om aan te nemen dat verzoeker opnieuw strafbare feiten zal plegen, beveelt het Hof de onmiddellijke invrijheidstelling van verzoeker en heft het de voorlopige hechtenis op.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verzoeker wordt opgeheven en onmiddellijke invrijheidstelling bevolen.