ECLI:NL:OGHACMB:2011:BU8444
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding bij kennelijk onredelijk ontslag na afwijzing tewerkstellingsvergunning
In deze zaak staat de hoogte van de vergoeding centraal nadat Divi de arbeidsovereenkomst met werknemer kennelijk onredelijk heeft beëindigd. De arbeidsovereenkomst werd beëindigd nadat de aanvraag van een tewerkstellingsvergunning op onjuiste gronden werd afgewezen, zonder dat Divi bezwaar maakte tegen deze afwijzing en zonder de werknemer hierover te informeren.
De rechtbank in eerste aanleg had Divi veroordeeld tot betaling van NAF 20.000,- aan de werknemer. In hoger beroep bevestigt het Hof dat het ontslag kennelijk onredelijk was, maar verhoogt het de vergoeding naar NAF 37.500,- bruto. Dit bedrag is gebaseerd op de schade die de werknemer heeft geleden door het ontslag en de gevolgen van de afwijzing van de tewerkstellingsvergunning.
Het Hof oordeelt dat Divi als goed werkgever had moeten bezwaren tegen de afwijzing van de vergunning en dat het nalaten hiervan, mede gezien het feit dat de werknemer een deel van de kosten had betaald en niet was geïnformeerd, tot haar rekening moet blijven. Verder wordt geoordeeld dat de afspraak over kostenverrekening met het loon weliswaar strijdig is met dwingendrechtelijke bepalingen, maar dat dit de gemaakte afspraak niet ongedaan maakt.
Divi wordt veroordeeld tot betaling van de verhoogde vergoeding en in de kosten van het hoger beroep. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gesteld.
Uitkomst: Divi wordt veroordeeld tot betaling van NAF 37.500,- bruto plus wettelijke rente wegens kennelijk onredelijk ontslag.