ECLI:NL:OGHACMB:2011:BT7591

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
27 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AR 23535 (977)/2008 - HAR 54/11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 272 RvArt. 57 RvArt. 56 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing tenuitvoerlegging vonnis in hoger beroep toegewezen door Gemeenschappelijk Hof

In deze civiele procedure vordert appellant de schorsing van de tenuitvoerlegging van een eerder vonnis totdat het hoger beroep over het geschil is afgerond. Het vonnis waarvan beroep was uitvoerbaar bij voorraad en veroordeelde appellant tot betaling van diverse bedragen met vertragingsrente en proceskosten aan TWM.

Appellant diende op 15 augustus 2011 een incident in op grond van artikelen 272 en 57 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met het verzoek om schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis en subsidiair om zekerheidstelling door TWM. Tijdens de zitting op 16 september 2011 was appellant vertegenwoordigd, maar TWM was, ondanks oproeping, niet verschenen en voerde geen verweer.

Het Hof oordeelde dat het ontbreken van verweer betekent dat TWM zich niet tegen de vordering verzet en dat er geen ambtshalve bezwaren zijn tegen toewijzing. Daarom werd de primaire vordering toegewezen en de tenuitvoerlegging geschorst totdat het hoger beroep is beslist. De subsidiaire vordering en het verzoek tot kostenveroordeling werden afgewezen.

Het vonnis werd uitgesproken door het Hof te Curaçao op 27 september 2011, waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging geldt als bescherming van appellant gedurende de duur van het hoger beroep.

Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het vonnis van 23 mei 2011 wordt geschorst totdat in hoger beroep op het geschil is beslist.

Uitspraak

Registratienummer: AR 23535 (977)/2008 - HAR 54/11
Uitspraak: 27 september 2011
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Vonnis in het incident ex artikelen 272 en 57 Rv in de zaak van:
[appellant],
wonend in Nederland,
oorspronkelijk opposant, thans appellant en eiser in het incident,
gemachtigde: mr. E. Kleist,
- tegen -
de naamloze vennootschap
T.W.M. TRUST N.V.,
gevestigd in Curaçao,
oorspronkelijk geopposeerde, thans geïntimeerde en gedaagde in het incident,
in het incident niet verschenen.
Partijen worden hierna “[appellant]” en “TWM” genoemd.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Verwezen wordt naar het tussen partijen door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: GEA) in deze zaak in verzet gewezen vonnis van 23 mei 2011 en het daaraan voorafgaande vonnis van 18 oktober 2010 en het door het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, gewezen vonnis van 1 juni 2009 waarvan verzet.
1.2 [appellant] is van voormeld vonnis van 23 mei 2011 in hoger beroep gekomen door op 30 juni 2011 een akte van appel in te dienen.
1.3 Op 15 augustus 2011 heeft [appellant] ter griffie van het GEA een vordering ex artikelen 272 en 57 Rv ingesteld. De vordering strekt ertoe - primair - dat het Hof de tenuitvoerlegging van het vonnis waarvan beroep schorst totdat in hoger beroep op het geschil is beslist en - subsidiair – dat het Hof TWM gelast zekerheid te stellen tot een bedrag van € 10.000,- indien zij de executie van het vonnis waarvan beroep zal voortzetten. Daarbij vordert [appellant] dat TWM in de kosten van dit incident wordt veroordeeld.
1.4 Het incident is behandeld door het hiertoe door het Hof uit zijn midden aangewezen lid mr. J.P. de Haan ter zitting van 16 september 2011. Ter zitting is [appellant] verschenen bij zijn gemachtigde. TWM is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
1.5 Vonnis is bepaald op heden.
2. De beoordeling in het incident
2.1 Bij het vonnis waarvan beroep heeft het GEA, uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis waarvan verzet ten aanzien van [appellant] bevestigd. Tevens is [appellant] veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van TWM gevallen tot aan het vonnis waarvan beroep begroot op € 1.850,-.
Bij het vonnis waarvan verzet is [appellant], uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld om aan TWM te betalen: (i) de som van € 415,-, vermeerderd met de overeengekomen vertragingsrente van 1,5% per maand over dit bedrag vanaf 1 januari 2005 tot de dag der algehele voldoening, (ii) de som van € 1.190,-, vermeerderd met de overeengekomen vertragingsrente van 1,5% per maand over dit bedrag vanaf 1 januari 2006 tot de dag der algehele voldoening, (iii) de som van € 1.190,-, vermeerderd met de overeengekomen vertragingsrente van 1,5% per maand over dit bedrag vanaf 1 januari 2007 tot de dag der algehele voldoening, (iv) de som van € 1.190,-, vermeerderd met de overeengekomen vertragingsrente van 1,5% per maand over dit bedrag vanaf 1 januari 2008 tot de dag der algehele voldoening, en (v) de som van € 1.190,-, vermeerderd met de overeengekomen vertragingsrente van 1,5% per maand over dit bedrag vanaf 1 januari 2009 tot de dag der algehele voldoening. Tevens is [appellant] veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van TWM gevallen tot aan het vonnis waarvan verzet begroot op NAF. 1.057,38.
2.2 Nu TWM in dit incident niet is verschenen en geen verweer heeft gevoerd tegen de vordering van [appellant], moet ervan worden uitgegaan dat zij zich niet tegen toewijzing daarvan verzet. Mede gelet daarop heeft het Hof ook ambtshalve geen bezwaren tegen toewijzing van de vordering. Bij deze stand van zaken dient de primaire vordering te worden toegewezen.
2.3 De tenuitvoerlegging van het vonnis van 23 mei 2011 zal derhalve worden geschorst, en wel als gevorderd totdat in hoger beroep op het geschil is beslist. Bij dat laatste merkt het Hof nog op dat indien de tenuitvoerlegging van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is geschorst, ex artikel 56 Rv Pro een incidentele vordering kan worden ingesteld om de schorsing ongedaan te maken (zie bijvoorbeeld het vonnis van het Hof van 27 oktober 2009, LJN: BK3875).
2.4 Het Hof acht geen termen aanwezig om TWM als gevorderd in de kosten van dit incident te veroordelen.
2.5 Beslist wordt mitsdien als volgt.
BESLISSING
Het Hof:
schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis van 23 mei 2011 totdat in hoger beroep op het geschil is beslist;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mrs. J.P. de Haan, J. de Boer en H.J. van Kooten, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 27 september 2011.