ECLI:NL:OGHACMB:2011:BT6503
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis inzake huurachterstand en vergoeding ongerechtvaardigde verrijking bij huurgeschil
In deze zaak staat een geschil centraal over nog te betalen huurpenningen en een vordering tot vergoeding op grond van ongerechtvaardigde verrijking voor aangebrachte veranderingen aan het gehuurde.
Appellant erkende een huurachterstand tot mei 1999 en betaalde daarna gedeeltelijk, maar stelde dat hij het gehuurde had ontruimd na een kort gedingvonnis. De erven betwistten dit en overlegden een document waarin appellant betalingsverplichtingen erkent en de bestaande huurovereenkomst bevestigt. Appellant voerde ook een reconventionele vordering in verband met investeringen in het gehuurde.
Het Hof oordeelde dat appellant geen bezitter was in de zin van art. 627 BW Pro-oud en dat zijn vordering op die grond faalt. Ook de subsidiaire vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking werd afgewezen, omdat appellant onvoldoende bijzondere omstandigheden had gesteld die een vergoeding rechtvaardigen. Het Hof bevestigde het vonnis van de eerste aanleg en veroordeelde appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis en veroordeelt appellant tot betaling van huurpenningen en proceskosten, wijst de vergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking af.