ECLI:NL:OGHACMB:2011:BT6499
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake toepassing Nederlands auteursrecht versus Nederlands-Antilliaanse auteursverordening in arbitrage
In deze zaak is in hoger beroep het geschil aan de orde of het Arbitrage-Instituut het juiste recht heeft toegepast bij een auteursrechtinbreukzaak tussen AOB en Shaarei Tzedek. AOB vordert nakoming van een arbitraal vonnis dat Shaarei Tzedek tot verwijdering van een steenstriprand en belettering veroordeelt, maar Shaarei Tzedek weigert vrijwillig te voldoen en betwist de toepassing van de Nederlandse Auteurswet.
Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao had het vonnis van het Arbitrage-Instituut vernietigd omdat het Nederlandse recht werd toegepast in plaats van het Nederlands-Antilliaanse recht. Het Hof stelt vast dat het Arbitrage-Instituut als goede mannen naar billijkheid heeft beslist, conform het toepasselijke reglement, en dat dit oordeel niet zonder meer kan worden bestreden met de stelling dat ander recht van toepassing zou zijn.
Het Hof oordeelt dat geen van de gronden voor weigering van erkenning en tenuitvoerlegging van het arbitraal vonnis, zoals genoemd in artikel 36 van Pro de UNCITRAL-modelwet, zich voordoen. Partijen krijgen gelegenheid om te reageren op de voorlopige oordelen, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het Hof houdt de beslissing aan en geeft partijen gelegenheid tot nadere uitlatingen over de toepasselijkheid van het recht en erkenning van het arbitraal vonnis.