ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ8989
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep kort geding
- J. de Boer
- J.R. Sijmonsma
- E.M. van der Bunt
- Rechtspraak.nl
Verplichting schuldenaar tot verstrekking inkomens- en vermogensinformatie na veroordeling tot betaling
In deze zaak is Horon Holding Corporation in hoger beroep gekomen tegen een vonnis in kort geding waarin zij verzocht om inzage en informatie over de vermogenspositie van [geïntimeerde], die onherroepelijk is veroordeeld tot betaling van een geldsom van $6.231.626,25. Horon wenste deze informatie om verhaal te kunnen halen op de schuldenaar die tot op heden niet heeft betaald.
Het Hof oordeelt dat op grond van artikel 6:2 lid 1 BW Pro een schuldenaar in beginsel verplicht is om aan zijn schuldeiser, die een veroordeling tot betaling heeft verkregen, inlichtingen te verschaffen omtrent zijn inkomens- en vermogenspositie en over voor verhaal vatbare goederen. Dit is een redelijke en billijke verplichting om nakoming van de betalingsverplichting mogelijk te maken.
Het Hof stelt vast dat de gevorderde informatie grotendeels reeds is verstrekt door [geïntimeerde], die een jaarsalaris van NAF 52.196,- opgeeft en een afbetalingsregeling heeft voorgesteld. Verdere bewijsopdrachten zijn in een kort geding niet passend. De vordering tot aanvullende informatie wordt daarom afgewezen en het vonnis van eerste aanleg wordt bevestigd.
Horon wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep. Het Hof benadrukt dat de vragen die Horon stelt, reeds zijn beantwoord en dat het niet redelijk is om in dit kort geding meer te verlangen. De zaak bevestigt de verplichting van schuldenaren om na veroordeling openheid te geven over hun financiële situatie, ook zonder een specifieke wettelijke regeling daarvoor in het rechtsgebied van het Hof.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis en wijst de vordering tot aanvullende informatie af, waarbij Horon in de proceskosten wordt veroordeeld.