ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ6339
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. de Boer
- E.M. van der Bunt
- H.J. van Kooten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen salarisbeschikkingen curator in faillissement MIDCC
In het faillissement van M.I.D. Capital Corporation N.V. (MIDCC) stelde de rechter-commissaris bij beschikkingen van 26 april, 2 juni en 3 juni 2010 de salarissen van de curatoren [curator sub 1] en [curator sub 2] vast. Een deel van de werkzaamheden werd niet vergoed vanwege niet-voldoening aan verslagleggingsverplichtingen en excessief declareren. De curatoren tekenden hoger beroep aan tegen deze salarisbeschikkingen.
Het Hof oordeelde dat op grond van het Faillissementsbesluit 1931 het hoger beroep tegen salarisbeschikkingen niet is toegestaan, tenzij sprake is van doorbreking van het appelverbod. De curatoren voerden schending van het beginsel van hoor en wederhoor en onpartijdigheid aan als doorbrekingsgrond.
Het Hof stelde vast dat het hoger beroep pas na de vijfdaagse beroepstermijn was ingesteld en dat de curatoren geen verzoek tot verlenging hadden gedaan. Ook was niet komen vast te staan dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden, aangezien de curatoren voldoende gelegenheid hadden gekregen tot toelichting en geen verzoeken tot uitstel hadden ingediend.
Voorts oordeelde het Hof dat het systeem waarbij de rechter-commissaris het salaris vaststelt niet in strijd is met het vereiste van een onpartijdig gerecht zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Daarom verklaarde het Hof het hoger beroep niet-ontvankelijk voor het afwijzende deel van de salarisbeschikking en verwierp het het hoger beroep voor het overige.
Uitkomst: Het Hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn en wijst het beroep voor het overige af.