ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ4568
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep kort geding
- P.E. de Kort
- E.M. van der Bunt
- H.J. van Kooten
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontslag op staande voet van ober wegens vermeende verduistering service charge
De appellant, een ober die sinds 1999 in dienst was bij The Boathouse, werd op 5 december 2009 op staande voet ontslagen wegens het weigeren een bedrag van circa USD 37,-, aangeduid als service charge, af te dragen aan de werkgever. De werkgever stelde dat dit bedrag deel uitmaakte van de kassa en dat de werknemer dit had verduisterd.
De appellant voerde aan dat het bedrag een fooi betrof die hem toekwam en dat het ontslag onterecht was. Tevens stelde hij dat er sprake was van onregelmatigheden in het loonbeleid en de service charge regeling sinds de overname van het restaurant in augustus 2009.
Het Hof oordeelde dat de aangevoerde gronden onvoldoende waren om een dringende reden voor ontslag op staande voet te rechtvaardigen. Het verschil van mening over de aard van het bedrag was mede toe te schrijven aan het handelen van de nieuwe eigenaren. Het ontslag werd daarom voorlopig als nietig beschouwd en The Boathouse werd veroordeeld tot doorbetaling van het loon vanaf 1 december 2009 met een gematigde wettelijke verhoging.
Verder wees het Hof de vorderingen tot betaling van achterstallig loon over september en volledige betaling van tips/service charge af wegens onvoldoende onderbouwing. The Boathouse werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt nietig verklaard en The Boathouse wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon vanaf 1 december 2009.