ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0635
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opheffing ondercuratelestelling wegens ontbreken concrete feiten voor plaatsing Brasami
De zaak betreft een beroep tegen de opheffing van een ondercuratelestelling van de zoon, die was ingesteld op grond van artikel 1:378 lid 1 sub c BW Pro, bedoeld voor plaatsing in Brasami. De ondercuratelestelling werd door het Gerecht in eerste aanleg op 6 augustus 2009 ingesteld en op 20 januari 2010 opgeheven.
De verzoeker, de ouder, maakte bezwaar tegen de opheffing en vorderde hernieuwde ondercuratelestelling. Het hof moest beoordelen of de zoon door drank- of drugsmisbruik zijn belangen niet behoorlijk waarneemt, herhaaldelijk aanstoot geeft of de veiligheid van zichzelf of anderen in gevaar brengt, en of plaatsing in Brasami daarom noodzakelijk is.
Het hof stelde vast dat sinds de opheffing slechts beperkte incidenten waren geregistreerd, waaronder een aangifte van bedreiging en een vuistslag zonder doel, en enige overlast binnen het ouderlijk huis. Concrete feiten die de veiligheid van anderen in gevaar brengen ontbraken. Het rapport van Stichting Verslavingszorg bevestigde dat de zoon niet in het ouderlijk huis kan blijven, maar dit rechtvaardigt geen ondercuratelestelling volgens de wettelijke criteria.
Het hof concludeerde dat de ondercuratelestelling terecht was opgeheven en verwierp het beroep van de ouder. De beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van 20 januari 2010 werd bevestigd.
Uitkomst: Het hof bevestigt de opheffing van de ondercuratelestelling wegens ontbreken van concrete feiten die plaatsing in Brasami rechtvaardigen.