ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0634
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding termijn verblijfvergunning
De zaak betreft een vreemdeling die een verzoek tot vergunning tot tijdelijk verblijf indiende, welke door de minister van Vreemdelingenzaken werd afgewezen. De vreemdeling maakte bezwaar tegen deze beschikking, waarop de minister niet binnen de gestelde termijn reageerde. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar, maar deed dit te laat volgens de wettelijke termijnen.
De vreemdeling voerde aan dat de beroepstermijn pas begon te lopen veertien weken nadat het bezwaarschrift aan de bezwaaradviescommissie was overgedragen, en dat het beroep daarom tijdig was ingediend. Het Hof oordeelde echter dat de Landsverordening administratieve rechtspraak (LAR) geen grondslag biedt voor deze interpretatie en dat de beroepstermijn volgens artikel 27, tweede lid, LAR acht weken bedraagt vanaf het moment dat het bestuursorgaan in gebreke raakt.
Het Hof bevestigde daarmee het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg dat het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de termijn. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 25 januari 2011.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.