ECLI:NL:OGHACMB:2011:BQ0630

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
25 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HLAR 037/10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 LvAZVArt. 25 LvAZV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing verzoek toestemming medische behandeling in het buitenland wegens staking in Aruba

Appellant verzocht toestemming om een operatie te ondergaan in de Clinica Palermo te Bogotá, Colombia, omdat hij meende dat de behandeling in Aruba door een staking in het ziekenhuis niet mogelijk was. Het Uitvoeringsorgaan wees dit verzoek af, stellende dat acute en semi-acute operaties tijdens de staking wel doorgingen en dat, indien de operatie als acuut was aangemerkt, toestemming voor behandeling in het buitenland zou zijn verleend.

Appellant reisde op dezelfde dag van het verzoek naar Colombia zonder de beschikking af te wachten. Het Gerecht in eerste aanleg verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Het Hof bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat het Uitvoeringsorgaan terecht heeft geoordeeld dat niet was aangetoond dat de operatie in Aruba niet kon worden uitgevoerd.

Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het Hof bevestigt de afwijzing van het verzoek om toestemming voor medische behandeling in het buitenland wegens onvoldoende bewijs dat de operatie in Aruba niet kon plaatsvinden.

Uitspraak

HLAR 037/10
Datum uitspraak: 25 januari 2011
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het hoger beroep van:
[Appellant], wonend in Aruba,
appellant,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 21 april 2010 in zaak nr. Lar 1497 van 2009 in het geding tussen:
appellant
en
het Uitvoeringsorgaan, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Landsverordening algemene ziektekostenverzekering.
1. Procesverloop
Bij beschikking van 7 november 2007 heeft het Uitvoeringsorgaan, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Landsverordening algemene ziektekostenverzekering, (hierna: het Uitvoeringsorgaan) een verzoek van appellant (hierna: [appellant]) om hem een door hem gewenste medische behandeling buiten Aruba te laten ondergaan afgewezen.
Bij beschikking van 15 april 2009 heeft het Uitvoeringsorgaan het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 21 april 2010 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij het Gerecht ingekomen op 2 juni 2010, hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Het Uitvoeringsorgaan heeft een verweerschrift ingediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 november 2010 waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. D.G. Kock, advocaat, en het Uitvoeringsorgaan, vertegenwoordigd door mr. S.E. van Spall, werkzaam in zijn dienst, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 11 van Pro de Landsverordening algemene ziektekostenverzekering (hierna: de LvAZV), voor zover thans van belang, heeft een verzekerde aanspraak op door een medisch specialist te verlenen, voor hem noodzakelijke genees- en heelkundige hulp, wat betreft de omvang en de vorm bepaald door hetgeen in de kring van de beroepsgenoten gebruikelijk is, een en ander voor zover de zorg wordt verleend op verwijzing door de huisarts, op wiens naam betrokkene bij het uitvoeringsorgaan is ingeschreven.
Ingevolge artikel 25, eerste lid, voor zover thans van belang, doet het Uitvoeringsorgaan de verzekerde behandelen in een instelling in één van de landen Nederland, de Verenigde Staten van Noord-Amerika, Colombia of Venezuela, die voor het Fonds de minste kosten met zich brengt, indien het heeft vastgesteld dat de aanspraak van een verzekerde op een behandeling in Aruba niet verwezenlijkt kan worden.
2.2. Op 29 oktober 2007 is namens [appellant] verzocht om toestemming om hem een operatie in de Clinica Palermo te Bogotá (Colombia) te laten ondergaan. Op die dag is [appellant] naar Colombia gereisd voor het ondergaan van deze medische behandeling, zonder de beschikking op dat verzoek af te wachten. De beschikking van 7 november 2007 is gegeven op het verzoek.
2.3. [Appellant] betoogt dat het Gerecht heeft miskend dat het Uitvoeringsorgaan ten onrechte niet heeft vastgesteld dat de verzochte behandeling in Aruba niet kon worden verwezenlijkt, omdat door een staking in het ziekenhuis aldaar ten tijde van belang geen operaties werden uitgevoerd.
2.3.1. Het Uitvoeringsorgaan heeft zijn oordeel dat het niet kon vaststellen dat de operatie in Aruba niet kon worden verwezenlijkt, gebaseerd op een advies van die strekking van de uit drie artsen bestaande Commissie Grensoverschrijdende Zorg van 31 oktober 2010.
Niet in geschil is dat de operatie in Aruba zou hebben kunnen worden uitgevoerd, indien er op dat moment niet zou zijn gestaakt. Het Uitvoeringsorgaan heeft voorts onweersproken gesteld dat tijdens de staking acute en semi-acute operaties doorgang hebben gevonden. Indien de door [appellant] te ondergane operatie door de behandelend specialist als acuut zou zijn aangemerkt, zou deze ondanks de staking in Aruba hebben kunnen worden uitgevoerd of, indien de operatie door de staking niet in Aruba zou hebben kunnen worden uitgevoerd, zou het Uitvoeringsorgaan [appellant] toestemming hebben verleend voor het ondergaan van de operatie in het buitenland, zo heeft het Uitvoeringsorgaan desgevraagd ter zitting onweersproken gesteld.
Onder deze omstandigheden heeft het Gerecht in het in beroep aangevoerde terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het Uitvoeringsorgaan zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat niet aan de in artikel 25, eerste lid, van de LvAZV voor het kunnen toewijzen van het verzoek gestelde eisen was voldaan.
Het betoog faalt.
2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, Voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, Leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Isenia, griffier.
w.g. Drop
Voorzitter
w.g. Isenia
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 januari 2011
Verzonden:
Voor eensluidend afschrift,
de griffier,
voor deze,