ECLI:NL:OGHACMB:2011:BP9119
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Raadkamer
- Van Kooten
- De Kort
- Lock
- Rechtspraak.nl
Beslissing over overplaatsing gedetineerde van Sint Maarten naar Curaçao en beoordeling proportionaliteit
Verzoeker, gedetineerd in Curaçao na overplaatsing vanuit Sint Maarten, verzocht het Hof om zijn voorlopige hechtenis in Sint Maarten te mogen ondergaan. De raadsvrouw betoogde dat sinds de staatkundige veranderingen van 10 oktober 2010 een wettelijke grondslag voor overplaatsing ontbreekt en dat alleen de minister van Justitie bevoegd zou zijn tot dergelijke beslissingen. Het Hof oordeelde echter dat de beslissing tot overplaatsing door de gevangenisdirecteur genomen kan worden, mits deze voldoet aan proportionaliteit en subsidiariteit.
Het Hof baseerde zich op het Statuut van het Koninkrijk der Nederlanden en de onderlinge regeling tussen Curaçao, Sint Maarten en Nederland betreffende de beschikbaarstelling van detentiecapaciteit. Hoewel verzoeker geen direct beroep kan doen op deze regeling, sluit deze niet uit dat gevangenisdirecteuren afspraken maken over overplaatsingen binnen het Koninkrijk. De overplaatsing werd gerechtvaardigd door meerdere ernstige incidenten waarbij verzoeker betrokken was in de inrichting van Sint Maarten.
Het Hof vond de overplaatsing niet buitensporig gezien het aantal en de ernst van de incidenten, en nam tevens in aanmerking dat nabijgelegen eilanden geen geschikte faciliteiten voor voorlopige hechtenis bieden. Ook werd geoordeeld dat de verdediging van verzoeker niet zodanig wordt bemoeilijkt dat dit tot terugplaatsing zou moeten leiden. Het verzoek tot terugplaatsing werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het Hof wijst het verzoek tot terugplaatsing naar Sint Maarten af en bevestigt de rechtmatigheid van de overplaatsing naar Curaçao.