ECLI:NL:OGHACMB:2011:BP7461
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor invoer van cocaïne met vernietiging vonnis eerste aanleg
Op 19 mei 2010 werd verdachte op de luchthaven van Aruba aangehouden met bijna 3,4 kilo cocaïne verborgen in de dubbele bodem van zijn koffer. Verdachte verklaarde de koffer zelf te hebben ingepakt en vermoedde sabotage, maar het hof achtte deze verklaring niet aannemelijk gezien het gewicht en de constructie van de koffer.
Het hof stelde vast dat verdachte opzettelijk de cocaïne had ingevoerd, wat strafbaar is volgens de Landsverordening verdovende middelen. Het bewijs bestond uit het proces-verbaal van de aanhouding, het deskundigenrapport dat de substantie als cocaïne bevestigde, en de verklaring van verdachte zelf.
Hoewel de procureur-generaal in eerste aanleg verbeurdverklaring van het geld had gevorderd, oordeelde het hof dat het geldbedrag van US$ 10.095 en de mobiele telefoon niet afkomstig waren van een misdrijf en daarom aan verdachte moesten worden teruggegeven.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank van 29 juli 2010 en veroordeelde verdachte tot 24 maanden gevangenisstraf, rekening houdend met de ernst van het feit en het feit dat verdachte niet eerder was veroordeeld. De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht. De cocaïne wordt onttrokken aan het verkeer.
Het vonnis werd uitgesproken door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 3 februari 2011.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf voor het opzettelijk invoeren van cocaïne; geld en telefoon worden teruggegeven.