ECLI:NL:OGHACMB:2010:BP2883

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
14 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
EJ-3747/2009-H-169/10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 429o lid 1 RvArt. 270 lid 5 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid hoger beroep bij te late betaling griffierecht

In deze zaak zijn appellanten in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba. Het geschil betreft de ontvankelijkheid van het hoger beroep vanwege een mogelijk te late en onvolledige betaling van het griffierecht.

Tijdens de mondelinge behandeling is deze problematiek niet aan de orde gesteld. Het Hof heeft navraag gedaan bij de griffier en vastgesteld dat het griffierecht op 21 juni 2010 contant is betaald, wat volgens de toepasselijke wettelijke bepalingen te laat is. De hoogte van het griffierecht is mogelijk ook onvoldoende, maar dit laat het Hof vooralsnog rusten.

Het Hof heeft partijen daarom in de gelegenheid gesteld om zich schriftelijk uit te laten over de datum van betaling en de gevolgen van een te late betaling. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat partijen hun standpunten hebben gegeven.

De uitspraak is gedaan door drie raadsheren van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie tijdens een openbare terechtzitting in Aruba op 14 december 2010.

Uitkomst: Beslissing aangehouden en partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over late betaling griffierecht.

Uitspraak

UITSPRAAK: 14 december 2010
ZAAKNR.: EJ-3747/2009-H-169/10
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van
Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Beschikking in de zaak van:
1. [appellant E.S.], 2. [appellant L.G.], 3. [appellant A.T.], en 4. [appellant J.M.](hierna gezamenlijk te noemen [appellanten] c.s.),
allen wonend in Aruba,
voorheen eiseressen, thans appellanten,
gemachtigde: mr. G. de Hoogd,
tegen
de naamloze vennootschap BLUEGREEN PROPERTIES N.V. (hierna Bluegreen),
gevestigd en kantoorhoudend in Aruba,
voorheen gedaagde, thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. E.R. Zeppenfeldt.
1. Het verloop van de procedure
Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba, (verder: het GEA) wordt verwezen naar de tussen partijen in deze zaak gewezen beschikking van 25 maart 2010. De inhoud daarvan geldt als hier ingevoegd.
[appellanten] c.s. zijn in hoger beroep gekomen van deze beschikking door indiening op 5 mei 2010 van een appel rekest ter griffie van het GEA. In genoemd rekest hebben zij zes grieven aangevoerd en toegelicht. Hun conclusie strekt ertoe dat het Hof de bestreden beschikking zal vernietigen en hun vorderingen integraal zal toewijzen, kosten rechtens.
Bluegreen heeft een verweerschrift ingediend en daarin geconcludeerd tot afwijzing van het beroep, met veroordeling van [appellanten] c.s. hem in de kosten van dit beroep.
Op de voor behandeling bepaalde dag hebben partijen hun standpunten nader toegelicht zoals vermeld in het van die zitting opgemaakte proces-verbaal dat zich bij de stukken bevindt, waarna is bepaald dat heden beschikking zal worden gewezen.
2. Ontvankelijkheid
Op het appel-rekest is door kennelijk de griffier met potlood handgeschreven vermeld, voor zover hier van belang, “griffierecht niet betaald. 6/5”. Het Hof heeft vervolgens in-lichtingen ingewonnen bij de griffier en die heeft verklaard dat er op 21 juni 2010 contant Afl. 100,- aan griffierecht is betaald. Op grond van art. 429o lid 1 Rv jo. art. 270 lid 5 Rv Pro is deze betaling te laat (en misschien te gering in omvang, maar die problematiek zal het Hof hier nog laten rusten), zodat, indien genoemde feiten juist zijn, het beroep is verval-len. Omdat het Hof deze problematiek niet tijdens de mondelinge behandeling aan de or-de heeft gesteld, zullen partijen in staat gesteld worden om zich over deze feiten en de juridische gevolgen daarvan uit te laten.
Elke verdere beslissing zal worden aangehouden.
BESLISSING:
Het Hof:
alvorens verder te beslissen:
stelt partijen in staat om zich bij akte, gelijktijdig door partijen te nemen op de rol van 18 januari 2011, uit te laten over de vraag wanneer het door [appellanten] c.s. verschuldigde griffierecht is betaald en over de gevolgen mocht deze betaling te laat zijn geschied;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus uitgesproken door mrs. J.R. Sijmonsma, E.M. van der Bunt en J.P. de Haan, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba op 14 december 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.