ECLI:NL:OGHACMB:2010:BP2877
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Terugbetaling leges aan appellanten door het Land Aruba en afwijzing schadevergoeding
In deze civiele zaak vorderen 26 appellanten dat het Land Aruba hen terugbetaalt de betaalde leges van Afl. 1.200,- per persoon en daarnaast schadevergoeding. Het Hof heeft vastgesteld dat het Land aan 23 van de 26 appellanten de leges moet terugbetalen, omdat het Land deze vordering erkent. Voor de overige drie appellanten oordeelt het Hof dat zij niet in aanmerking komen voor terugbetaling, omdat zij gedurende een bepaalde periode in 2008 zijn toegelaten tot Aruba zonder vergunning, en het betalingsbewijs als legitimatie werd gebruikt.
De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat het uitblijven van een beslissing op de aanvraag van een verblijfs- en werkvergunning volgens artikel 9 lid 2 van Pro de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) gelijkstaat aan een afwijzing. Aangezien appellanten geen bezwaar of beroep hebben ingesteld, wordt uitgegaan van de rechtmatigheid van deze beschikking.
Het Hof vernietigt het vonnis waarvan beroep en veroordeelt het Land Aruba tot betaling van Afl. 27.600,- aan de appellanten, terwijl het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Tevens wordt het Land veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep.
Uitkomst: Het Land Aruba wordt veroordeeld tot terugbetaling van Afl. 27.600,- aan 23 appellanten, terwijl de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen.