ECLI:NL:OGEANA:2010:BN4370

Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen

Datum uitspraak
21 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
EJ40/2010
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • F.J.P. Veenhof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 71 RvArt. 72 RvArt. 73 RvArt. 74 RvArt. 75 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing incidenteel verzoek tot oproeping in vrijwaring in verzoekschriftprocedure

In deze zaak verzocht Water- en Energiebedrijf Bonaire (WEB) om in een verzoekschriftprocedure de oproeping in vrijwaring van een derde, [J.C.], te gelasten. WEB stelde dat zij, indien aansprakelijk gesteld voor de schade uit het ongeval, de schade op deze derde zou willen verhalen.

Het Gerecht oordeelde dat het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering de mogelijkheid van vrijwaring in een verzoekschriftprocedure niet kent, waarbij de artikelen 71 tot en met 77 Rv niet van toepassing zijn. Daarnaast verzet de aard van de verzoekschriftprocedure zich tegen een oproeping in vrijwaring vanwege de spoed die inherent is aan deze procedure en de vertraging die een oproeping in vrijwaring met zich mee zou brengen.

Daarom werd het incidentele verzoek afgewezen en werd WEB veroordeeld in de kosten van het incident. Voor de hoofdzaak werd een datum voor mondelinge behandeling vastgesteld, waarna verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: Het incidenteel verzoek tot oproeping in vrijwaring wordt afgewezen en WEB wordt veroordeeld in de kosten van het incident.

Uitspraak

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN
zittingsplaats Bonaire
Registratienummer: EJ40/2010
Datum uitspraak: 21 juli 2010
Beschikkingnummer:
BESCHIKKING
inzake
[R.J.]
te Bonaire
verzoekende partij in de hoofdzaak
verwerende partij in het incident
hierna te noemen [R.J.]
gemachtigde mr. E.Th. Wesselius
tegen
Water- en Energiebedrijf Bonaire
te Bonaire
verwerende partij in de hoofdzaak
eisende partij in het incident
hierna te noemen WEB
gemachtigde mrs. D.M. Suares en M.F. Bonapart
<b>In de hoofdzaak en in het incident
De procedure</b>
Voor de loop van het geding verwijst het Gerecht naar de volgende stukken:
- het verzoekschrift van 16 april 2010, met producties,
- de incidentele conclusie tot oproep in vrijwaring, met producties,
- de conclusie van antwoord in het incident, met producties.
<b>In het incident
Het verzoek</b>
WEB verzoekt dat het Gerecht de oproeping in vrijwaring zal bevelen van [J.C.], wonende in Nederland aan de [adres].
WEB heeft daartoe gesteld dat zij, indien zij aansprakelijk wordt gehouden voor de schade als gevolg van het in deze zaak aan de orde zijnde ongeval, gerechtigd is de schade te verhalen op [J.C.] voornoemd.
<b>Het verweer</b>
WEB heeft het verzoek gemotiveerd bestreden.
<b>De beoordeling van het geschil</b>
1. Het Gerecht is van oordeel dat het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering de mogelijkheid van vrijwaring in een verzoekschriftprocedure niet kent. De artikelen 71 tot en met 77 Rv niet van toepassing verklaard in de verzoekschriftprocedure Voorts verzet de aard van de verzoekschriftprocedure zich tegen een oproeping in vrijwaring, aangezien aan de verzoekschriftprocedure een zekere spoed eigen is en een oproeping in vrijwaring tot vertraging leidt.
2. Het verzoek zal op grond van het vorenstaande worden afgewezen.
3. WEB zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het incident worden verwezen.
<b>In de hoofdzaak</b>
4. Gelet op de aard van de procedure zal thans een datum voor de mondelinge behandeling moeten worden bepaald.
<b>Beslissing</b>
Het Gerecht:
<b>In het incident</b>
Wijst de vordering af.
Veroordeelt WEB in de kosten van het incident, tot op deze uitspraak aan de zijde van [R.J.] begroot op NAƒ1.700,00 aan salaris voor de gemachtigde.
<b>In de hoofdzaak</b>
Bepaalt dat de zaak zal worden behandeld ter zitting van:
DONDERDAG 26 AUGUSTUS 2010 TE 09.00 UUR.
Houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.P. Veenhof, rechter in voormeld Gerecht en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in tegenwoordigheid van de griffier.