ECLI:NL:OGEANA:2010:BL7615
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J.P. Veenhof
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Gerecht in Eerste Aanleg Nederlandse Antillen in echtscheidingszaak bij verblijf op Bonaire
In deze zaak verzocht de vrouw het Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen om de echtscheiding uit te spreken met nevenvorderingen. De man betwistte de rechtsmacht van het Gerecht, stellende dat noch hij noch de vrouw de Nederlandse nationaliteit bezitten en dat de vrouw niet langer dan twaalf maanden op Bonaire verbleef.
Het Gerecht stelde vast dat de vrouw sinds 2007 feitelijk op Bonaire woonachtig is en dat zij en de minderjarige kinderen sinds maart 2009 officieel zijn ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand op Bonaire. De vrouw had ook aangetoond dat zij en de kinderen op Bonaire naar school gingen en dat het appartementencomplex op Bonaire in 2006 was gekocht als vaste woonplaats.
Op grond van artikel 814 lid 1 aanhef Pro en onder b. Rv concludeerde het Gerecht dat het bevoegd is kennis te nemen van de vordering, omdat de vrouw haar gewone verblijfplaats langer dan twaalf maanden op Bonaire heeft. De verdere behandeling van de hoofdzaak werd aangehouden om de man in de gelegenheid te stellen te antwoorden en in te gaan op het toepasselijke recht.
De beschikking werd uitgesproken door rechter F.J.P. Veenhof op 4 februari 2010 te Bonaire. De zaak werd verwezen naar een rolzitting op 24 februari 2010 voor het antwoord van de man.
Uitkomst: Het Gerecht verklaart zich bevoegd kennis te nemen van het verzoek tot echtscheiding op grond van het verblijf van de vrouw op Bonaire langer dan twaalf maanden.