ECLI:NL:OGEANA:2009:BL3945
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag kennelijk onredelijk wegens weigering verblijfsvergunning en onvoldoende vergoeding
Werkneemster, werkzaam als Assistant General Manager bij Divi St. Maarten Holdings N.V., kreeg na het verlopen van haar verblijfsvergunning geen nieuwe vergunning toegekend. Volgens de arbeidsovereenkomst had de werkgever de aanvraag moeten coördineren, maar Divi was hiervan pas laat op de hoogte. De arbeidsovereenkomst werd opgezegd met inachtneming van de opzegtermijn en met toestemming van het Departement Arbeidszaken.
Werkneemster stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en vorderde een schadevergoeding van ruim USD 32.000, voornamelijk bestaande uit toekomstige salarisbetalingen. Divi voerde aan dat werkneemster geen recht had op salaris over de opzegtermijn omdat zij niet had gewerkt en dat de opzegging rechtmatig was vanwege het vervallen van de verblijfsvergunning.
Het Gerecht oordeelde dat het ontslag formeel correct was, maar dat het kennelijk onredelijk was vanwege de geringe kansen van werkneemster op de arbeidsmarkt en het feit dat zij haar werkzaamheden altijd naar behoren had uitgevoerd. Werkneemster had echter nagelaten de aanvraag voor een nieuwe werkvergunning via Divi te laten lopen, wat mede aan haar werd toegerekend. De schadevergoeding werd daarom vastgesteld op één bruto maandsalaris van USD 4.166,66. De vordering tot doorbetaling van salaris na de opzegdatum werd afgewezen.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van één bruto maandsalaris wegens kennelijk onredelijk ontslag.