ECLI:NL:OGEANA:2008:BG4802
Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Arbeidsrechtelijke procedure over naleving vakantieregeling en arbeidsduur bij ter beschikking gestelde arbeidskrachten
Een groep van 87 werknemers heeft een procedure aangespannen tegen meerdere werkgevers en de Curaçaose Dok Maatschappij NV (CDM) wegens vermeende overtredingen van de Vakantieregeling 1949, de Arbeidsregeling 2000 en andere arbeidsrechtelijke bepalingen. De werknemers vorderden onder meer verklaringen voor recht dat de werkgevers en CDM deze regelingen niet naleefden, met name inzake vakantie, arbeidsduur, rustdagen en gelijke arbeidsvoorwaarden.
Het gerecht stelde vast dat de formele werkgevers de werknemers aan CDM ter beschikking stelden, waarbij CDM als materiële werkgever werd aangemerkt. De vordering dat werknemers aanspraak hadden op gelijke arbeidsvoorwaarden als werknemers van CDM werd afgewezen omdat artikel 6 van Pro de Landsverordening op het ter beschikking stellen van arbeidskrachten dit niet verplicht en de werknemers geen concrete feiten stelden.
Uit het rapport van de Arbeidsinspectie bleek dat bij de lokale subcontractors sprake was van overschrijding van de maximale arbeidsduur, het niet verlenen van rustdagen en administratieve tekortkomingen. De rechtbank oordeelde dat CDM in de periode van 1 januari tot en met 25 februari 2007 haar verplichtingen uit de Arbeidsregeling 2000 niet was nagekomen, onder meer door het toestaan van meer dan 11 uur werken per dag en het niet verlenen van rustdagen.
De vorderingen met betrekking tot de Vakantieregeling 1949 werden afgewezen omdat niet was vastgesteld dat het beding tot toekenning van vakantie in tijd in plaats van geld was vernietigd. Tevens werden enkele werknemers niet ontvankelijk verklaard wegens onduidelijkheid over hun werkgever of het ontbreken van betrokkenheid van bepaalde vennootschappen.
De rechtbank veroordeelde de werknemers en CDM in de proceskosten en wees de vorderingen deels toe en deels af, waarbij de beschikking uitvoerbaar bij voorraad werd verklaard.
Uitkomst: Het gerecht verklaart werknemers deels niet ontvankelijk en wijst een deel van de vorderingen toe tegen CDM wegens niet-naleving van de Arbeidsregeling 2000 betreffende arbeidsduur en rustdagen.