ECLI:NL:OGEAM:2026:99

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
30 juli 2026
Zaaknummer
SXM2023I00005
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijwaringsvordering wegens brand in magazijn na laswerkzaamheden en veiligheidsmaatregelen

In deze vrijwaringsprocedure vordert Francis-Lau Construction Co. Ltd dat Nicherei Carib Corporation N.V. haar vrijwaart voor de aansprakelijkheid die Francis-Lau in een hoofdzaak is opgelegd wegens een brand in het magazijn van Nicherei. De brand ontstond door laswerkzaamheden uitgevoerd door Francis-Lau, waarvoor zij door de verzekeraar Nagico is veroordeeld tot schadevergoeding.

Francis-Lau stelt dat Nicherei als opdrachtgever de verplichting had om een veilige werkplek te garanderen, waaronder het leeg opleveren van het magazijn en het treffen van brandveiligheidsmaatregelen. Nicherei betwist deze stellingen en voert aan dat zij aan alle contractuele verplichtingen heeft voldaan en geen onrechtmatig handelen heeft gepleegd.

Het Gerecht oordeelt dat Francis-Lau onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de stellingen dat Nicherei de contractvoorwaarden eenzijdig heeft gewijzigd of dat zij brandveiligheidsmaatregelen heeft nagelaten. Wel wordt Francis-Lau toegelaten bewijs te leveren over afspraken dat het magazijn leeg zou zijn opgeleverd, dat Nicherei via een hoofdaannemer goederen op afstand zou houden, controle zou uitoefenen en brandbeschermingsdekens zou aanschaffen.

De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering, waarbij Francis-Lau op 23 juni 2026 kan aangeven hoe zij dit bewijs wil leveren, hetzij door getuigenverklaringen, hetzij door schriftelijke stukken. Alle verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering door Francis-Lau over afspraken omtrent veiligheidsmaatregelen en leeg opleveren magazijn.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
Zaaknummer: SXM2023I00005
Vonnisdatum: 26 mei 2026
in de zaak van
de vennootschap naar het recht van Trinidad en Tobago
FRANCIS-LAU CONSTRUCTION CO. LTD,
gevestigd in Trinidad en Tobago,
eiseres in vrijwaring,
gemachtigde: mr. J.G. Bloem,
tegen
de naamloze vennootschap
NICHEREI CARIB CORPORATION N.V.,
h.o.d.n. “ICC Cargo”
gevestigd in Sint Maarten,
gedaagde in vrijwaring,
gemachtigde: mr. S.R. Bommel.
Partijen zullen hierna Francis-Lau en Nicherei worden genoemd.
De zaak in het kort
In de hoofdzaak is Francis-Lau veroordeeld om aan verzekeraar Nagico van Nicherei het bedrag te betalen dat Nagico als schadevergoeding aan Nicherei heeft betaald vanwege een brand in de loods van Nicherei.
Francis-Lau vordert in deze procedure dat Nicherei haar vrijwaart voor de aansprakelijkheid, omdat Nicherei in afwijking van de aannemingsovereenkomst zou zorgdragen voor verschillende veiligheidsmaatregelen.
Francis-Lau wordt toegelaten haar stellingen te bewijzen.
The case in brief
In the main proceedings, Francis-Lau was ordered to pay Nicherei’s insurer, Nagico, the amount that Nagico had paid to Nicherei as compensation for a fire in Nicherei’s warehouse.
In these proceedings, Francis-Lau claims that Nicherei should indemnify her against liability, because Nicherei allegedly failed to implement various safety measures in deviation from the construction contract.
Francis-Lau is permitted to prove its claims.
1. Het procesverloop
1.1. Het procesverloop blijkt uit:
  • het vonnis van 16 mei 2023 in het incident, waarbij de vrijwaring van Nicherei is toegelaten;
  • de conclusie van eis met gronden van 22 augustus 2023;
  • de conclusie van antwoord van 12 december 2023;
  • de conclusie van repliek van 19 maart 2024;
  • de conclusie van dupliek van 23 juli 2024.
1.2. De pleidooien hebben op 8 april 2026 plaatsgevonden in aanwezigheid van partijen (Francis-Lau online) en hun gemachtigden. Bij gelegenheid van de pleidooien hebben partijen hun wederzijdse standpunten (nader) uiteengezet, mede aan de hand van door hen overgelegde pleitaantekeningen. Tegelijk met de pleidooien in deze vrijwaringszaak hebben de pleidooien plaatsgevonden in de hoofdzaak (SXM202201439).
1.3. Vonnis is bepaald op vandaag. Ook in de hoofdzaak is het vonnis bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
Nicherei heeft onder haar handelsnaam ICC Cargo op 19 januari 2018 met Francis-Lau een overeenkomst van aanneming gesloten. Het ging om een aantal verbouwingswerkzaamheden aan het magazijn van Nicherei aan de Ground Dove Road in Point Blanche, Sint Maarten, die na de orkaan Irma fors was beschadigd. Naast de levering van diverse materialen bestonden de werkzaamheden onder meer uit laswerkzaamheden. De aanneemsom was USD 126.013,-. De relevante bepalingen uit het contract luiden als volgt:
“Fabrication:
1.1
To fabricate and ship CIF to St. Maarten structural steel inclusive of beams, plates, purlins, angles, bracing, bolts, nuts and washers.
Erection:
To supply labour in St. Maarten, to execute repair and upgrade to structural steel in accordance with engineering drawings supplied by Independent Consulting Engineers (ICE) and original fabrication drawings by MBMI Metal Buildings.
PLEASE SEE NOTES:
1. All purlins to be removed cleaned and painted.
2. Removal of existing roof panels.
3. Installation of new roof panels.
4. Procurement and installation of bolts for the purlins.
5. Removal and reinstalling the steel by the wall to be demolished. Demolition to be done by ICC contractor.
6. Accommodation and transportation.
7. Shipment must be checked immediately upon receipt and any discrepancies made known to local authorities and Francis-Lau Construction Limited immediately.
8. Francis-Lau Construction Company Limited will not accept any responsibility for any discrepancies reported after thirty (30) days of arrival of vessel.
9. All landing and stevedore charges, bank charges, custom clearance, government tax's for consignee's account.”
2.2.
Op 3 mei 2018 woedde een brand in het magazijn van Nicherei in Point Blanche. Nagico is de verzekeraar van Nicherei. In dat kader heeft Nagico een bedrag als schade uitgekeerd aan Nicherei.
2.3.
Nagico heeft in een eerdere procedure tegen Francis-Lau vergoeding gevorderd van het bedrag dat zij heeft uitgekeerd aan Nicherei uit hoofde van een brandverzekeringspolis. Nagico stelt dat de brand is ontstaan door laswerkzaamheden die in het magazijn werden verricht door Francis-Lau. Als gesubrogeerde verzekeraar houdt Nagico Francis-Lau aansprakelijk op grond van wanprestatie dan wel onrechtmatige daad.
2.4.
Bij vonnis van 20 juli 2021 is Francis-Lau bij verstek veroordeeld tot betaling aan Nagico van USD 1.659.278,41 aan schadevergoeding en USD 30.933,- aan expertisekosten, beide bedragen met rente, en voorts tot betaling van NAf 13.500,- aan buitengerechtelijke incassokosten en NAf 21.264,- aan proceskosten.
2.5.
Tegen dit verstekvonnis heeft Francis-Lau verzet ingesteld (zaaknummer SXM202201439). Het Gerecht heeft bij vonnis van vandaag de vordering van Francis-Lau afgewezen. De beslissing luidt als volgt:
“4.1. vernietigt het verstekvonnis van 20 juli 2021 (zaaknummer SXM202100445), maaruitsluitendwat betreft de veroordeling in de buitengerechtelijke kosten;4.2. veroordeelt Francis-Lau tot betaling aan Nagico van de buitengerechtelijke kosten van Cg 9.000,-;
4.3.
bevestigt het verstekvonnis voor het overige;4.4. veroordeelt Francis-Lau in de proceskosten, aan de zijde van Nagico tot op heden begroot op Cg 12.000,-;

3.Het geschil

3.1.
Francis-Lau vordert in deze vrijwaringsprocedure dat het Gerecht, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Nicherei veroordeelt om aan Francis-Lau te betalen datgene waartoe Francis-Lau in de verzetprocedure tegen Nagico wordt veroordeeld, met inbegrip van de kostenveroordeling, en om Nicherei tevens te veroordelen in de kosten van het geding in vrijwaring, waaronder de nakosten.
Francis-Lau legt aan de vordering het volgende ten grondslag.
3.2.
De primaire wettelijke grondslag van deze vordering van Francis-Lau is contractaansprakelijkheid. Als aanbesteder nam Nicherei de verplichting tot het garanderen van de veiligheid van de werkplek op zich. Specifiek de verplichting om ervoor zorg te dragen dat alle gevoelige goederen verwijderd zouden zijn en dat slechts in een lege locatie gewerkt kon en zou worden. Pas toen het team van Francis-Lau op het eiland was en met de uitvoering van het contract begon, wijzigde Nicherei eenzijdig als aanbesteder de contractvoorwaarden door te eisen dat het werk uitgevoerd werd, terwijl er nog steeds goederen in het magazijn waren opgeslagen. Nicherei zou toen zorgdragen voor het brandveilig maken van die goederen en aldus het magazijn en voor het toezicht op mogelijke gevaren.
3.3.
Daarnaast is Nicherei ook vanwege een onrechtmatig handelen jegens Francis-Lau verantwoordelijk. Dit onrechtmatig handelen bestaat uit haar doen en nalaten zowel voor als na het brandincident. Voor het incident in het bijzonder door het niet nakomen van verplichtingen uit de wet voor zover die niet uit de aannemingsovereenkomst volgen. Na het incident door uitdrukkelijk tegen Francis-Lau te zeggen dat Francis-Lau zich behoorlijk van haar taken had gekweten, dat op haar geen enkele aansprakelijkheid rustte, maar in onderhavige procedure na zelf vrijwel meteen een riante vergoeding te hebben gekregen zonder (eigen)schuld, 180° van positie te wijzigen over de aansprakelijkheid van Francis-Lau. Bovendien maakte Nicherei meteen na de brand het magazijn schoon en heeft daardoor onmogelijk gemaakt voor Francis-Lau om zelf nader onderzoek te doen naar de brandoorzaak.
3.4.
Nicherei heeft als verweer aangevoerd dat zij alle voorwaarden uit het contract is nagekomen en dat Francis-Lau niet stelt welke voorwaarden Nicherei niet zou zijn nagekomen. Zij betwist dat het haar taak was om te zorgen voor een brandveilig gebied.
Nicherei betwist ook dat zij na de brand zou hebben verklaard dat Francis-Lau haar werk naar behoren heeft verricht. Overigens is geen sprake van onrechtmatig handelen door Nicherei.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

De beslissing in de hoofdzaak
4.1.
In de hoofdzaak heeft het Gerecht beslist dat de laswerkzaamheden van Francis-Lau de oorzaak van de brand waren en dat Francis-Lau voor de schade aansprakelijk is, omdat zij onvoldoende zorgvuldig heeft gewerkt en onvoldoende voorzorgsmaatregelen heeft genomen om het risico van brand zoveel mogelijk te beperken. Dat is ook het uitgangspunt in deze vrijwaringsprocedure. De vraag is of Francis-Lau haar verplichting tot vergoeding van de schade geheel of gedeeltelijk op Nicherei kan verhalen.
De overeenkomst van aanneming als grondslag
4.2.
Francis-Lau stelt zich op het standpunt dat Nicherei als opdrachtgever de verplichting had om een veilige werkplek voor aannemer Francis-Lau te garanderen. Het Gerecht ziet niet in wat dat standpunt te maken heeft met de vordering in vrijwaring van Francis-Lau. Het gaat immers niet om schade die aan de medewerkers van Francis-Lau is toegebracht, maar om de door Nicherei geleden brandschade die door haar verzekeraar is vergoed. Dat de werkplek voor de medewerkers van Francis-Lau niet veilig was, heeft Francis-Lau overigens niet onderbouwd.
4.3.
Partijen hebben een schriftelijk contract gesloten. Francis-Lau stelt dat Nicherei de contractvoorwaarden eenzijdig heeft gewijzigd. Nicherei voert als verweer dat in dat schriftelijke contract niets is opgenomen, waaruit blijkt dat Nicherei voor een brandveilige omgeving zou moeten zorgen.
Dat laatste is juist, maar het is ook mogelijk om buiten het schriftelijk contract afspraken met elkaar te maken. Dat lijkt hier ook het geval.
4.4.
Hiervóór heeft het Gerecht onder 2.1 de relevante bepalingen uit het contract opgenomen. Voorafgaande aan het sluiten van de overeenkomst is er e-mail-correspondentie geweest tussen Nicherei en Francis-Lau. In het e-mailbericht van 13 januari 2018 van [tussenpersoon] namens Nicherei is onder meer het volgende opgenomen:
“We will provide a secured zone for your work area”.Tijdens het pleidooi heeft Nicherei verklaard dat [tussenpersoon] in 2018 geen bestuurder was van Nicherei of in de directie zat, daarmee kennelijk bedoelend dat [tussenpersoon] Nicherei niet kon vertegenwoordigen of dergelijke toezeggingen kon doen. Het Gerecht gaat verder aan die verklaring voorbij. De hiervoor onder 2.1 opgenomen bepalingen 1 tot en met 5 in het contract zijn in dezelfde e-mail van [tussenpersoon] voorgesteld en letterlijk overgenomen door Francis-Lau, waarna het contract is ondertekend door Nicherei. [tussenpersoon] moet daarom worden beschouwd als in deze de bevoegde vertegenwoordiger van Nicherei.
4.5.
Francis-Lau heeft voor de onderbouwing van haar standpunt verwezen naar de door haar in het geding gebrachte e-mails van vóór de uitvoering van de eerste werkzaamheden. Het Gerecht leest daar vooralsnog niet in wat Francis-Lau stelt dat daarin gelezen moet worden: dat de opdrachtovereenkomst werd gewijzigd en dat Nicherei op zich nam om branddekens aan te leveren. Bewijs daarvan heeft zij dus op deze wijze niet geleverd.
4.6.
Francis-Lau heeft wel voldoende aangevoerd om tot bewijs van de volgende – door Nicherei gemotiveerd betwiste – stellingen te worden toegelaten:
Partijen hadden afgesproken dat het magazijn volledig leeg zou worden opgeleverd, zodat Francis-Lau haar werkzaamheden in een leeg magazijn zou kunnen uitvoeren;
Francis-Lau heeft vóór het begin van de uitvoering van de werkzaamheden dringend verzocht het magazijn alsnog terstond leeg te maken;
Nicherei zou via de hoofdaannemer Geo Design haar goederen op afstand houden van de werkzaamheden van Francis-Lau;
Nicherei zou al dan niet via Geo Design controle uitoefenen over het werk van Francis-Lau en daarna;
Nicherei zou brandbeschermingsdekens kopen om de goederen in het magazijn te beschermen.
4.7.
Bewijs van een of meer van deze stellingen zou ertoe kunnen leiden dat de aansprakelijkheid voor de schade tussen Francis-Lau en Nicherei verdeeld moet worden.
4.8.
Nicherei verwijt Francis-Lau dat haar medewerkers al enige dagen na de brand terug naar Trinidad zijn vertrokken. Met Francis-Lau vindt het Gerecht dat niet verdacht, want zij hadden op Sint Maarten geen werk meer te verrichten. Dat Francis-Lau na de brand de zaken met Nicherei “gemoedelijk” heeft afgehandeld, zoals Francis-Lau stelt, verwerpt het Gerecht echter. Dit blijkt in ieder geval niet uit de overgelegde stukken. De door Francis-Lau overgelegde factuur van Beston dateert van 3 april 2018 en is gericht aan Francis-Lau. De overgelegde e-mail van [tussenpersoon] is van 25 april 2018, dus eveneens van vóór de brand. Van belang voor de te nemen beslissing is een en ander echter niet.
Onrechtmatige daad als grondslag
4.9.
Het Gerecht verwerpt het standpunt van Francis-Lau dat Nicherei zich als opdrachtgever niet aan haar wettelijke verplichtingen heeft gehouden, alleen al omdat Francis-Lau niet onderbouwt op welke wettelijke verplichting zij doelt.
Daarnaast stelt Francis-Lau dat Nicherei een onrechtmatige daad heeft gepleegd door na de brand tegen Francis-Lau te zeggen dat zij zich behoorlijk van haar taak had gekweten, terwijl zij daar later op is teruggekomen. Nog daargelaten dat de verklaring tijdens de mondelinge behandeling nadrukkelijk werd betwist door [naam] van Nicherei (degene, die de bewering zou hebben gedaan), levert een latere verandering van standpunt geen onrechtmatige daad op jegens Francis-Lau. Denkbaar is bijvoorbeeld alleen al dat latere feiten zijn bekend geworden, die eerder nog niet bekend waren.
Ten slotte is tijdens de mondelinge behandeling door Nicherei voldoende onderbouwd dat zij haar magazijn niet meteen na de brand heeft schoongemaakt, zoals Francis-Lau beweerde. Zij heeft het dus Francis-Lau ook niet onmogelijk gemaakt zelf onderzoek te doen naar de oorzaak van de brand.
Deze grondslag kan de vordering van Francis-Lau daarom niet dragen.

5.De beslissing

Het Gerecht:
5.1.
draagt Francis-Lau op het volgende te bewijzen:
Partijen hadden afgesproken dat het magazijn volledig leeg zou worden opgeleverd, zodat Francis-Lau haar werkzaamheden in een leeg magazijn zou kunnen uitvoeren;
Francis-Lau heeft vóór het begin van de uitvoering van de werkzaamheden dringend verzocht het magazijn alsnog terstond leeg te maken;
Nicherei zou via de hoofdaannemer Geo Design haar goederen op afstand houden van de werkzaamheden van Francis-Lau;
Nicherei zou al dan niet via Geo Design controle uitoefenen over het werk van Francis-Lau en daarna;
Nicherei zou brandbeschermingsdekens kopen om de goederen in het magazijn te beschermen;
5.2.
verwijst de zaak naar de rolzitting van
23 juni 2026, waarop Francis-Lau zich kan uitlaten of en zo ja hoe zij dit bewijs wil leveren;
5.3.
indien Francis-Lau het bewijs wil leveren door het horen van getuigen, moet zij de namen en woonplaatsen van deze getuigen op de rol van 23 juni 2026 aan het Gerecht opgeven, bij voorkeur met vermelding over welk bewijsonderdeel zij zouden kunnen verklaren;
5.4.
indien Francis-Lau het bewijs wil leveren door schriftelijke stukken, dient hij die stukken op 23 juni 2026 bij akte in het geding te brengen;
5.5.
houdt alle verdere beslissingen aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door
mr. A.S. Veldhuizen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.