ECLI:NL:OGEAM:2026:92

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
29 mei 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
SXM202600372
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 843a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering herstel expat-salaris na weigering ondertekening addendum

Eiseres sloot een arbeidsovereenkomst met AUC School of Medicine B.V. voor de periode van 1 september 2025 tot 31 augustus 2027 met een bruto jaarsalaris van USD 88.000. Na aanvang van haar werkzaamheden vroeg AUC haar een formulier te ondertekenen voor de belastingdienst om haar als expat aan te melden, wat zij weigerde te doen. Hierdoor werd zij vanaf 1 maart 2026 niet langer als expat ingeschaald en werd er meer belasting ingehouden, wat leidde tot een lager netto salaris.

Eiseres vorderde in kort geding dat het salaris weer als expat zou worden ingeschaald en dat zij de gemiste salarissen en rente zou ontvangen tot aan de bodemprocedure. Zij stelde dat zij door de lagere uitbetaling directe en onherstelbare financiële schade leed, mede vanwege haar persoonlijke financiële verplichtingen.

AUC voerde verweer dat zij verplicht was de hogere belasting in te houden omdat de belastingdienst haar niet als expat beschouwde. De rechtbank oordeelde dat eiseres het addendum niet had ondertekend uit gebrek aan vertrouwen, terwijl AUC voldoende pogingen had gedaan om haar vragen te beantwoorden en haar te informeren over de consequenties. Het niet ondertekenen en de gevolgen daarvan kwamen voor eigen risico van eiseres.

Daarom wees de rechtbank alle vorderingen af en veroordeelde eiseres in de proceskosten van AUC.

Uitkomst: De vorderingen tot herstel van expat-salaris en betaling van gemiste bedragen worden afgewezen wegens eigen risico van eiseres.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202600372
Vonnisdatum: 29 mei 2026
in de zaak van
[eiseres],
wonende in Sint Maarten,
eiseres,
tegen
de besloten vennootschap
AUC SCHOOL OF MEDICINE B.V.,
gevestigd in Sint Maarten,
gedaagde,
gemachtigde: mr. C. van Hees.
Partijen zullen hierna [eiseres] en AUC worden genoemd.

1.Verloop van de procedure

1.1. [
eiseres] heeft op 13 april 2026 een verzoekschrift ingediend. AUC heeft op 6 mei 2026 een aantal producties ingediend. Vervolgens heeft op 8 mei 2026 de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij partijen en de gemachtigde van AUC zijn verschenen en het woord hebben gevoerd, mr. Van Hees aan de hand van een pleitnota, die zij heeft overgelegd. Van de behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1. [
eiseres] heeft in mei of juni 2025 met AUC een arbeidsovereenkomst gesloten voor de periode van 1 september 2025 tot 31 augustus 2027, voor een bruto jaarsalaris van USD 88.000,-. Na het begin van de werkzaamheden heeft AUC aan [eiseres] gevraagd om een formulier te ondertekenen in verband met het feit dat zij als expat aan de belastingdienst zou moeten worden opgegeven. [eiseres] heeft dat formulier niet ondertekend.
2.2.
Vanaf 1 september 2025 heeft AUC de belasting ingehouden, ervan uit gaande dat zij [eiseres] als expat aan de belastingdienst zou kunnen aanmelden. Dat hield in dat zowel AUC als [eiseres] minder belasting hoefden af te dragen aan de belastingdienst dan iemand, die geen expat is.
2.3.
Vanaf 1 maart 2026 heeft AUC [eiseres] niet langer als expat ingeschaald. Als gevolg hiervan wordt van het salaris van [eiseres] Cg 904,49 per maand meer belasting ingehouden.

3.Het geschil

3.1. [
eiseres] vordert dat het Gerecht AUC zal bevelen:
1. De salarisclassificatie bij AUC onmiddellijk weer in de status van expat te herstellen, uiterlijk op de eerstvolgende salarisdatum na de uitspraak van het Gerecht, en die classificatie te handhaven totdat er een definitieve uitspraak in de bodemzaak is gedaan;
2. Het volledige salaris uit te betalen dat [eiseres] sinds 1 maart 2026 is misgelopen als gevolg van de onrechtmatige salarisverlaging vanaf 1 maart 2026 tot de datum van de uitspraak van de rechtbank, vermeerderd met alle wettelijke rente die vanaf 1 maart 2026 over dat bedrag is opgebouwd, uiterlijk op de eerstvolgende salarisdatum na de uitspraak van het Gerecht;
3. [ eiseres] voor elke loonperiode te betalen tegen het juiste (expatriate) tarief totdat er een definitieve uitspraak in de bodemzaak is gedaan, inclusief alle expatriate-voordelen die in het arbeidsvoorwaardenpakket zijn opgenomen, waarbij eventuele tekorten uit het verleden of de toekomst eveneens onderworpen zijn aan wettelijke rente, uiterlijk op de volgende loonuitbetalingsdatum na de uitspraak van het Gerecht;
4. [ eiseres] alle kosten van deze procedure te vergoeden.
3.2. [
eiseres] voert als grondslag van haar vorderingen het volgende aan:
“Ik verlies elke maand USD 1.015,74, wat neerkomt op USD 50,78 per dag. Het zal maanden duren voordat er uitspraak wordt gedaan in mijn volledige zaak (de bodemprocedure). Tegen die tijd zal ik een aanzienlijk bedrag hebben verloren dat wellicht zeer moeilijk te verhalen is. Dit is een voortdurende, concrete financiële schade die mijn verzoek spoedeisend maakt.
Ik draag bij aan de financiële ondersteuning van mijn gepensioneerde moeder, onderhoud een zoon die studeert, en heb actieve Amerikaanse federale studieleningen met een openstaand saldo van USD 36.886,98, waarvoor momenteel maandelijkse betalingen verschuldigd zijn. De schade is onmiddellijk, neemt toe en kan achteraf niet voldoende worden vergoed door alleen een schadevergoeding toe te kennen. Een onmiddellijke voorlopige voorziening waarbij het salaris wordt hersteld tot het contractueel overeengekomen brutobedrag van USD 88.000,- om voortdurende en onherstelbare financiële schade te voorkomen.”
3.3. “
Het bewijsmateriaal ter ondersteuning van mijn claim is het volgende:
• Mijn arbeidsovereenkomst met daarin het overeengekomen salaris
• De e-mail van de recruiter waarin het netto-inkomen staat vermeld dat mij vóór ondertekening was meegedeeld, op basis van het niet bekendgemaakte belastingtarief voor expats
• Het document dat AUC mij drie maanden na aankomst vroeg te ondertekenen
• Mijn schriftelijke weigering om in te stemmen met een contractwijziging, gedateerd 14 november 2025
• Officiële loonstroken van februari 2026 (met vermelding van het belastingtarief voor expats) en maart 2026 (met vermelding van het verlaagde lokale belastingtarief), waarin precies wordt gedocumenteerd wat er is veranderd en met hoeveel.
Als de rechtbank deze vordering toewijst, betaalt AUC mij gewoon het salaris dat ik al ontving vóór 1 maart 2026. AUC betaalt niets wat het mij niet toch al verschuldigd zou zijn, aangezien mijn arbeidsovereenkomst van kracht blijft en de bodemzaak de uitkomst zal bepalen.”
3.4. “
Het herstellen van mijn juiste salaris is een kleine en tijdelijke maatregel die verdere schade voor mij voorkomt tegen minimale kosten voor AUC. Om de afweging van de schade in perspectief te plaatsen: 1015,74 USD vertegenwoordigt meer dan mijn volledige maandelijkse huisvestingsvergoeding, terwijl datzelfde bedrag overeenkomt met wat Covista, een beursgenoteerde Amerikaanse miljardenonderneming, in 24 seconden verdient.”
3.5.
AUC voert gemotiveerd verweer, dat erop neerkomt dat AUC verplicht is meer belasting op het bruto-salaris in te houden, omdat [eiseres] door de belastingdienst niet als expat wordt beschouwd.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Spoedeisende belang
4.1.
Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van met name de eerste vordering.
Inhoudelijke beoordeling
4.2.
Het draait in deze zaak feitelijk om het niet ondertekenen van een door AUC aan [eiseres] toegezonden addendum bij haar arbeidsovereenkomst. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [eiseres] uitgelegd dat zij het Addendum niet heeft ondertekend, omdat zij geen vertrouwen had in AUC, omdat eerdere vragen van haar over haar inkomen niet of onvoldoende waren beantwoord. Zij heeft daarom op 27 november 2025 per email aan AUC meegedeeld dat zij geen vertrouwen had in de accuraatheid, betrouwbaarheid of wettigheid van enige salaris-, toeslagen- of belastinggerelateerde informatie. Zij kondigde aan juridisch advies te willen vragen, voordat zij tot ondertekening van het Addendum zou overgaan.
4.3.
Uit de in dit kort geding overgelegde emails leidt het Gerecht echter af dat AUC wel degelijk eerdere vragen van [eiseres] heeft beantwoord, hoewel niet altijd onmiddellijk. In haar e-mail van 4 november 2025, 7.40 a.m. heeft HR-medewerker [naam medewerker] bovendien aan [eiseres] aangeboden om een van de belastingdeskundigen van AUC de vragen van [eiseres] te laten beantwoorden.
Ook heeft er op 13 november 2025 een bespreking plaatsgevonden, waarbij diverse door [eiseres] opgeworpen problemen zijn besproken. Hiernaar is de volgende dag in een e-mail verwezen, met beantwoording van vragen door AUC.
4.4.
In de hiervoor vermelde e-mail van 4 november 2025 heeft AUC aan [eiseres] onder meer het volgende meegedeeld:
“In the meantime, please sign the net addendum I sent you through Docusign (I will resend) at the latest tomorrow so I can prepare your file for submission to the Sint Maarten Tax Department to request your expat status. If we do not request expat status on time, you will not be considered an expat by the Sint Maarten Government and be taxed in full on your earnings.”
4.5.
In een e-mail van 25 november 2025, 12.52 uur, heeft een andere HR-medewerker van AUC aan [eiseres] onder meer het volgende meegedeeld:
“As I indicated during our meeting on November 13th, the addendum is necessary to complete the expat status filing request on your behalf to be approved by Sint Maarten government. If you choose not to sign the addendum and the mutual request for expatriate status, you will fall under the progressive tax bracket on your regular annual gross salary of $88,000 USD. In that case, your annual net salary would be approximately $64,000 USD (excluding any premiums).”
4.6.
Het Gerecht vindt het onbegrijpelijk dat [eiseres] onder deze omstandigheden het Addendum niet heeft ondertekend. Zij heeft ter zitting uitgelegd dat ze bang was dat bij niet toekenning van het expat-verzoek zij niet het haar toegezegde salaris zou ontvangen.
Maar allereerst was er voor [eiseres] geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat het expat-verzoek niet zou worden gehonoreerd; deze verzoeken werden voorheen goedgekeurd.
Daarnaast geldt dat zij bij niet-ondertekening van het document in ieder geval meer belasting zou moeten betalen, waardoor zij dan inderdaad minder netto-salaris zou ontvangen dan waarvan beide partijen bij het sluiten van de overeenkomst uit waren gegaan.
Het oordeel kan daarom niet anders zijn dan dat het niet ondertekenen van het Addendum en de gevolgen daarvan voor risico van [eiseres] zelf komen.
4.7.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de onder 1. ingestelde vordering niet toewijsbaar is. De vorderingen 2. en 3. zijn als gevolg daarvan ook niet toewijsbaar.
843a Rv-verzoek:
4.8.
Aan het slot van alle bijlagen bij haar verzoekschrift heeft [eiseres] ook nog een verzoek ingediend tot het overleggen van 14 nader aangeduide bescheiden door AUC. Zij had dit duidelijk en bij afzonderlijk verzoekschrift moeten doen. Het Gerecht zal er toch op beslissen, omdat AUC tijdens de mondelinge behandeling uitgebreid op het verzoek heeft gereageerd.
4.9.
AUC heeft per onderdeel de grond voor deze vordering gemotiveerd betwist:
  • Informatie niet meer juist (2)
  • Informatie niet beschikbaar (2)
  • Al in bezit van [eiseres] (5)
  • Niet relevant voor deze zaak (3)
  • Geen rechtmatig belang voor [eiseres] (2).
[eiseres] heeft daar verder niet op gereageerd. Het verweer van AUC op dit onderdeel slaagt dus en de vordering zal worden afgewezen.
Proceskosten
4.10. [
[eiseres] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van AUC tot op heden begroot op Cg 1.500,- aan salaris voor de gemachtigde.

5.De beslissing

Het Gerecht:
Rechtdoende in kort geding:
5.1.
wijst de vorderingen af;
5.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van de AUC tot op heden begroot op Cg 1.500,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2026.