Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
1.Verloop van de procedure
2.De verdere beoordeling
“Een civielrechtelijke vordering kan niet worden verrekend met een publiekrechtelijke belastingvordering.”Het feit dat een belastingplichtige zoals [gedaagde] niet
bevoegdis om een gestelde tegenvordering te verrekenen met een verschuldigd bedrag aan belastingen, houdt niet in dat dit in de praktijk niet toch gebeurt. [gedaagde] heeft bij gelegenheid van de mondelinge behandeling onderbouwd dat de Ontvanger dat in haar geval in 2022 en 2023 een aantal malen heeft gedaan.
De Ontvanger heeft onder verwijzing naar artikel 4 lid 4 Landsverordening Pro dwanginvordering gevorderd dat de schorsende werking van het hoger beroep wordt opgeheven:
“Indien het verzet wordt afgewezen, is hoger beroep slechts ontvankelijk na bewijs, dat de belasting, bijdrage, vergoeding, rente, verhogingen en kosten zijn betaald aan de Ontvanger.”
Bovendien geeft dat het Land nog de mogelijkheid om inhoudelijk te reageren op de tegenvordering van [gedaagde].
Het Gerecht zal de hierna te bepalen termijn in verband met de omstandigheden van dit geval op drie maanden stellen. Daarbij dient [gedaagde] in de tussenliggende periode de lopende verplichtingen te blijven voldoen.
Proceskosten