ECLI:NL:OGEAM:2026:79

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
24 juni 2026
Zaaknummer
SAB202600020
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen tijdelijke arbeidsovereenkomst en aansprakelijkheid OLS Saba in kort geding

Eiseres vorderde in kort geding diverse bedragen op grond van haar tijdelijke arbeidsovereenkomst met het Openbaar Lichaam Saba (OLS), waaronder wettelijke rente, toepassing van de expatregeling, correctie van salarisschaal, vergoedingen voor privégebruik en een voorschot op schadevergoeding. Tevens vorderde zij doorbetaling van loon tot het einde van haar dienstverband en een verbod op opheffing van haar functie.

Het Gerecht wees de vorderingen af omdat de geldvorderingen onvoldoende aannemelijk waren en er geen spoedeisend belang bestond om een bodemprocedure te vermijden. De vermeerdering van eis met betrekking tot het verbod op functiewijziging werd niet in behandeling genomen wegens strijd met de goede procesorde.

De aansprakelijkheid van het OLS voor de arbeidsongeschiktheid van eiseres kon in kort geding niet worden vastgesteld, mede omdat eiseres onvoldoende causaal verband had aangetoond en reeds voor haar vertrek naar Saba onder behandeling was voor psychische klachten. Eiseres werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op USD 840,-.

Uitkomst: Alle vorderingen van eiseres worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

proces-verbaal mondeling vonnis

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SAB202600020

proces-verbaal van mondeling vonnis 17 juni 2026

in de zaak van

[eiseres],

wonende te Saba,
eiseres,
gemachtigde: mr. G.B. Simmons-de Jong,
tegen

HET OPENBAAR LICHAAM SABA

gevestigd te Saba,
gedaagde, (het OLS),
gemachtigde: mr. S. van Lint.
Tegenwoordig ter zitting:
mr. L.J. Saarloos, rechter en
J.J. Evers-Maria, griffier.
Verder waren aanwezig:
  • eiseres en haar gemachtigde
  • namens OLS [3 medewerkers]en de gemachtigde (via video-verbinding).
De gemachtigden van partijen hebben de zaak bepleit en hun pleitaantekeningen aan het Gerecht overgelegd. Partijen hebben enkele vragen van het Gerecht beantwoord.
Hierna heeft de rechter het onderzoek geschorst en enige momenten later hervat en meegedeeld direct mondeling uitspraak te doen.
Hierna heeft de rechter het volgende mondelinge vonnis gewezen:

Eiseres vordert in dit kort geding:

Wettelijke rente over te laat betaalde relocatievergoeding
Toepassing expatregeling met terugwerkende kracht
Correctie van trede-indeling in salarisschaal
Pro rata betaling van de 13e maand over 2026
Vergoeding voor gebruik privé-auto
Vergoeding gebruik privé-telefoon en abonnement
Een voorschot van USD 50.000,- op de in een bodemprocedure te vorderen schadevergoeding van USD 225.000,-
Aan het eind van zijn pleidooi heeft de gemachtigde van eiseres ter zitting deze vorderingen als volgt vermeerderd:
8. Doorbetaling van loon tot einde dienstverband, 14 juli 2026
(waaronder 40 niet opgenomen vakantiedagen)
9. Het OLS te verbieden uitvoering te geven aan de opheffing van de functies van cliënte zolang daar geen rechtsgeldig en deugdelijk gemotiveerd besluit van het Bestuurscollege ten grondslag ligt.

De beoordeling

Het OLS heeft bezwaar gemaakt tegen de vermeerdering van eis. Dat bezwaar deelt het Gerecht voor zover het betrekking heeft op het onder 9. gevorderde. Deze eis ligt zo ver van de oorspronkelijke eis en onderbouwing daarvan, dat het in strijd is met de goede procesorde om het Gerecht en het OLS daar in zo een laat stadium mee te overvallen. Op deze vordering wordt daarom niet beslist.
Het onder 8. gevorderde wordt afgewezen, omdat daartoe geen aanleiding is. Het OLS had al aangekondigd dat zij eiseres tot aan het einde van de looptijd van haar contract zal uitbetalen en heeft daar voorafgaande aan de zitting een proforma-afrekening van in het geding gebracht.
Naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad moet de rechter bij de vraag of een geldvordering in kort geding toewijsbaar is, onderzoeken of de vordering van de eisende partij voldoende aannemelijk is. Daarnaast moet bij de eisende partij een spoedeisend belang bestaan, waardoor het voeren van een bodemprocedure niet kan worden afgewacht. Ten slotte moet de rechter bij de afweging van de belangen van partijen ook het restitutierisico betrekken, welk risico: kan de eisende partij bij een latere voor gedaagde gunstige beslissing het bedrag terugbetalen.
De onder 1. tot en met 6. ingestelde vorderingen zijn geldvorderingen. Deze zijn uitgebreid en gemotiveerd door het OLS betwist. Hierdoor is in dit stadium van de procedure niet te zeggen dat het aannemelijk is dat de bodemrechter deze vorderingen zal toewijzen. Ter zitting is eiseres er bovendien op gewezen dat het restitutierisico erin bestaat, dat als het OLS in een bodemprocedure in het gelijk zal worden gesteld, het twijfelachtig is of het OLS zijn vordering dan op eiseres kan verhalen. Een en ander leidt tot de conclusie dat deze vorderingen moeten worden afgewezen.
Vordering 7. is gebaseerd op het standpunt dat het OLS aansprakelijk is voor de arbeidsongeschiktheid van eiseres. Eiseres verwijst daarvoor naar rapportages van “twee onafhankelijke GZ-psychologen”.
Het Gerecht merkt allereerst op dat het in de juridische praktijk van letselschades vaak zeer lastig is om het causaal verband tussen de arbeidsongeschiktheid en een specifieke handeling van de wederpartij aan te tonen. In dit geval is dat niet anders. Het OLS betwist aansprakelijk te zijn voor de arbeidsongeschiktheid. Het Gerecht merkt verder op dat uit de verklaring van de GZ-psycholoog uit Nederland blijkt dat eiseres daar al voor haar vertrek naar Saba in 2024 onder behandeling was vanwege psychische klachten. Of die iets met de huidige arbeidsongeschiktheid van eiseres te maken hebben, kan het Gerecht niet vaststellen, maar in ieder geval heeft eiseres in het kader van dit kort niet voldoende aangetoond dat haar ongeschiktheid om te werken aan het OLS is toe te rekenen. Ook dit onderdeel is daarom niet toewijsbaar.
ProceskostenEiseres is de in het ongelijk gestelde partij. Zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van het OLS volgens het Procesreglement 2023 begroot op USD 840,- aan salaris van de gemachtigde van het OLS. De gemachtigde heeft toekenning van de daadwerkelijke advocaatkosten bepleit. Dat is niet onbegrijpelijk, gelet op de ingestelde vorderingen, maar toch kan niet gesproken worden van misbruik van procesrecht, wat volgens de Hoge Raad de maatstaf is voor toekenning van daadwerkelijke proceskosten in plaats van de forfaitaire.

Beslissing van het Gerecht:

Wijst alle vorderingen af;
Veroordeelt eiseres in de proceskosten, aan de zijde van het OLS begroot op USD 840,-.
Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat door de rechter en de griffier is ondertekend.
de griffier de rechter