Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
1.Verloop van de procedure
[gedaagde] heeft op 24 maart 2026 producties ingediend en een eis in reconventie. [eiser] heeft daarna op 26 maart producties ingediend.
Vervolgens heeft op 27 maart 2026 de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij [eiser] en de beide gemachtigden zijn verschenen. [gedaagde] is niet verschenen. Beide gemachtigden hebben pleitnotities voorgedragen en aan het Gerecht overgelegd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft mr. Veen nog een aanvullende productie in het geding gebracht (verklaring ziekenhuis [Frankrijk]). De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat ter zitting is verklaard.
2.De feiten
3.Het geschil in conventie en in reconventie
[eiser] stelt dat hij vanaf juni 1996 een jarenlange relatie heeft gehad met [overleden dame]. Zij lag in dat jaar in scheiding met haar echtgenoot. In die periode is die echtgenoot om het leven gekomen bij een luchtvaartramp: de ontploffing van vlucht TWA 800 op 17 juli 1996 vlak na het opstijgen uit New York.
De relatie tussen [eiser] en [overleden dame] eindigde in mei 2003. In de 7 jaar van hun relatie heeft [eiser] alle kosten voor haar betaald. [overleden dame] heeft [eiser] toegezegd dat zij hem daarvoor zou terugbetalen.
Het heeft zeven jaar geduurd, voordat uiteindelijk door Boeing een schadevergoeding van ruim USD 2 miljoen aan [overleden dame] werd uitgekeerd. [overleden dame] zou dit bedrag in verschillende projecten hebben geïnvesteerd, waardoor zij [eiser] op dat moment niet kon terugbetalen. [eiser] heeft op 3 november 2016 met [overleden dame] een vaststellingsovereenkomst gesloten, waaruit volgt dat zij hem USD 124.500,- verschuldigd is: USD 1.500,- per maand over een periode van 83 maanden. In de vaststellingsovereenkomst wordt verder vermeld dat [overleden dame] [eiser] gratis verblijf in haar appartement aan de [adres] in Sint Maarten aanbiedt, nadat de huurder die er op dat moment in zat, zou zijn vertrokken.
Op 1 januari 2023 hebben [overleden dame] en [eiser] een huurovereenkomst gesloten, met als begindatum 1 januari 2023 en als einddatum 31 december 2029. In het contract is opgenomen dat het bedrag van USD 125.000,- zoals opgenomen in de vaststellingsovereenkomst zou gelden als vooruitbetaalde huur voor een periode van 84 maanden.
Dit alles aldus [eiser].
4.De beoordeling in conventie en in reconventie
[gedaagde] heeft daarentegen de eindafrekening van de schadevergoeding TWA Flight 800 in het geding gebracht. Die dateert van 11 oktober 2001 en niet, zoals [eiser] stelt, van na beëindiging van zijn relatie met [overleden dame] in 2003. Dat [eiser] ook ná 2001 nog in het levensonderhoud van [overleden dame] zou hebben voorzien, is daarom bijzonder onwaarschijnlijk.
De handtekening van [overleden dame]
Op een vierde blad heeft Notary Public Line [naam notaris] verklaard dat op 13 december 2022 [overleden dame] persoonlijk voor haar is verschenen en haar paspoort heeft getoond.
De volmacht beschreven onder 4.3.1. bevat geen jaartal, bij de voornaam van [overleden dame] ontbreekt de “e” en de volmacht wordt gegeven aan [naam notaris], destijds de partner van [eiser].
De volmacht beschreven onder 4.3.2. is gedateerd op een moment waarvan [gedaagde] door een verklaring van het ziekenhuis heeft aangetoond dat [overleden dame] in Frankrijk van 4 december 2022 tot 20 december 2022 aan het herstellen was van een zware operatie. In dat verband kan de verklaring van notaris [naam notaris] (destijds de partner van [eiser]) niet juist zijn.
Een en ander roept de nodige twijfels op over de juistheid van alle verklaringen.
De twee overgelegde overeenkomsten
origineledocumenten eruit zien (de afdrukken hierboven onder 4.3.3. opgenomen, zijn gescande kopieën). [eiser] verklaarde tijdens de mondelinge behandeling dat de originele huurovereenkomst nog in het appartement zou liggen en dat de originele vaststellingsovereenkomst bij de vertaler in St. Barth zou zijn achtergebleven. Hoewel ongebruikelijk in een kort geding, zal [eiser] in de gelegenheid worden gesteld om de originele documenten op een volgende zitting te tonen. Daarna zal verder worden beslist.
De afsluiting van GEBE door [gedaagde]
De vordering in reconventie
5.De beslissing in conventie en in reconventie
vrijdag 24 april 2026, 9.30 uur,
uitsluitendom [eiser] in de gelegenheid te stellen op die zitting de originele huurovereenkomst en de originele vaststellingsovereenkomst aan het Gerecht en de wederpartij te tonen;