In deze oude boedelzaak op Saba hebben twee erfgenamen, wonende in Nederland, afzonderlijk verzoeken ingediend tot toewijzing van een perceel grond uit de nalatenschap van hun overleden grootvader. Het perceel bevindt zich in het district Lower Zion’s Hill, ook bekend als Lower Hell’s Gate. Beide verzoeken zijn gebaseerd op artikel 200a BWBES.
Tijdens de procedure is gebleken dat het perceel in bezit was van de erfgenamen van de overledene, maar dat er geen eigenaar geregistreerd staat in de openbare registers. De verzoekers hebben geen meetbrief van het betreffende perceel overgelegd, hoewel het Gerecht herhaaldelijk heeft verzocht om een meetbrief en een voorstel voor de toewijzing en afwikkeling van het perceel, waarover de erfgenamen het eens zijn.
De verzoekers hebben wel verklaringen van familieleden en getuigen overgelegd, maar deze boden onvoldoende bewijs voor hun aanspraken. Ook hebben zij geen concreet voorstel gedaan aan wie het perceel toegewezen zou moeten worden en hoe de afwikkeling zou moeten plaatsvinden. Het Gerecht concludeert dat de verzoeken onvoldoende zijn onderbouwd en wijst deze af.
Het Gerecht adviseert de erfgenamen om gezamenlijk een meetbrief te laten opstellen en een plan te maken voor tenaamstelling en verkoop, waarna een nieuw verzoek kan worden ingediend. De uitspraak is gedaan door rechter L.J. Saarloos op 18 maart 2026.