Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
1.Het procesverloop
- het inleidend verzoekschrift met producties, op 5 juni 2025 ter griffie ingediend;
- de conclusie van antwoord van 16 september 2025, met producties.
2.De feiten
3.Het geschil
vermeerderd de rente thans USD 3.701,77,
tevens vermeerderd met de 'late payment fee' tot heden USD 19.908,81
tevens vermeerderd met rente en 'late payment fee' van 18% per jaar vanaf 6 juni 2025 tot aan de dag der algehele voldoening,
tevens vermeerderd met buitengerechtelijke kosten van USD 2.205,-, althans een door Uw Gerecht in goede justitie te bepalen bedrag;
STC heeft de jaarlijkse rekeningen die werden toegezonden over de jaren 2017 t/m 2025 volledig onbetaald gelaten. Sinds haar eigendom heeft Supreme enkel haar bijdrage voor het jaar 2016 voldaan. De hoofdsom dient te worden vermeerderd met wettelijke rente, alsmede een 'late payment fee' van 18% per jaar.
Door de weigerachtige opstelling van STC heeft DBCA noodgedwongen hoge kosten moeten maken om haar vordering voldaan te krijgen. De daarmee verband houdende buitengerechtelijke kosten zijn in alle redelijkheid te begroten op
STC is pas op 18 februari 2025 op de hoogte geraakt van haar betalingsverplichting, nadat DBCA haar via Facebook had benaderd en een aanmaning had gezonden. In die maand is er overleg geweest tussen een werkneemster van STC en DBCA. In de aanmaning stond dat STC een bedrag van USD 28.106,58 aan DBCA verschuldigd was. Tijdens een bespreking vier dagen later was dit bedrag gewijzigd naar USD 41.706,30. Hierover heeft STC uitleg gevraagd, onder meer via een brief van 7 april 2025 van haar gemachtigde advocaat. DBCA heeft daarop ondanks herinneringen niet gereageerd, maar wel beslag gelegd.
STC heeft geen rekeningen of aanmaningen ontvangen. Zij doet een beroep op verjaring.
4.De beoordeling
Verjaring
Voor de jaren daarvóór geldt dat de vorderingen zijn verjaard. De verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis wordt gestuit door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. [2] Dergelijke aanmaningen zijn in dit geding niet overgelegd. Zelfs als de bijlagen bij de in 2019 door de makelaar doorgestuurde berichten aanmaningen bevatten (deze zijn niet overgelegd), dan helpt dat DBCA niet. Dan zou de verjaringstermijn van de bijdragen 2017 en 2018 immers in 2019 opnieuw gaan lopen, maar dan dus in 2024 zijn voltooid.
Wettelijke rente en boete-rente
Buitengerechtelijke kosten
Beslagkosten
DBCA heeft contact met STC gekregen naar aanleiding van het feit dat de woning van STC te koop werd aangeboden. Na het overleg van 22 februari 2025 heeft DBCA op 28 februari 2025 haar vordering gespecificeerd. Hierop ontving DBCA geen reactie, waarna zij op 11 maart 2025 nog een uitgebreide brief heeft geschreven aan STC, onder andere over de niet betaalde verenigingsbijdragen. Hierop kwam aanvankelijk geen reactie van STC. DBCA heeft op dat moment geen verlof gevraagd om conservatoir beslag te leggen.
Op 31 maart 2025 heeft STC wel gereageerd en bij brief van haar gemachtigde op 7 april 2025 nogmaals. Hierop heeft DBCA echter niet gereageerd.
Proceskosten
5.De beslissing
vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2021 en
vermeerderd met 18% boete-rente vanaf 1 april 2021
vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2022 en
vermeerderd met 18% boete-rente vanaf 1 april 2022
vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2023 en
vermeerderd met 18% boete-rente vanaf 1 april 2023
vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2024 en
vermeerderd met 18% boete-rente vanaf 1 april 2024
vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2025 en
vermeerderd met 18% boete-rente vanaf 1 april 2025;