Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
1.Het procesverloop
- het inleidend verzoekschrift met producties, op 19 juni 2025 ter griffie ingediend;
- de conclusie van antwoord met producties, van 14 oktober 2025.
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
De zaak betreft een vordering van eisers tot vernietiging van het testament van hun overleden vader, wegens het ontbreken van wilsbekwaamheid op het moment van het opmaken van het testament. Eisers stelden dat de erflater leed aan dementie, waardoor hij niet in staat was zijn wil op vrije en weloverwogen wijze te bepalen. Gedaagden betwistten dit en hielden vol dat de erflater ten tijde van het testament niet dementerend was.
De mondelinge behandeling werd uitgesteld en uiteindelijk trokken eisers hun vordering in. Gedaagden verzochten daarop om een proceskostenveroordeling. Het Gerecht oordeelde dat de vordering min of meer tegen beter weten in was ingesteld en besloot af te wijken van de gebruikelijke compensatie in familiezaken.
Eisers werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van gedaagden, begroot op 1.250 gulden. Het vonnis werd uitgesproken door rechter L.J. Saarloos op 3 maart 2026.
Uitkomst: Vordering tot vernietiging testament ingetrokken; eisers hoofdelijk veroordeeld in proceskosten van 1.250 gulden.