Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAM:2026:32

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
SXM202500738
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot vernietiging testament ingetrokken; proceskostenveroordeling opgelegd

Eisers, kinderen van de overledene, vorderden primair de vernietiging van het testament van hun vader wegens het ontbreken van wilsbekwaamheid ten tijde van het opmaken van het testament. Zij stelden dat hun vader leed aan dementie, waardoor hij niet in staat was zijn wil op vrije en weloverwogen wijze te bepalen. Subsidiair verzochten zij een deskundigenonderzoek naar de geestelijke toestand van de erflater.

Gedaagden betwistten de vordering en stelden dat de vader ten tijde van het testament niet dementerend was. Tijdens de procedure trokken eisers hun vordering in, waarna gedaagden een proceskostenveroordeling vorderden.

Het gerecht oordeelde dat de vordering ingetrokken was en dat het niet meer tot inhoudelijke beoordeling kwam. Gezien de omstandigheden en het feit dat de vordering min of meer tegen beter weten in was ingesteld, wees het gerecht af van de gebruikelijke compensatie in familiezaken en veroordeelde eisers hoofdelijk in de proceskosten van gedaagden, begroot op Cg 1.250,-.

Uitkomst: Vordering tot vernietiging testament ingetrokken; eisers hoofdelijk veroordeeld in proceskosten van gedaagden.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202500738
Vonnisdatum: 3 maart 2026
in de zaak van
[eiser 1] ,
[eiser 2],
beiden wonende in Sint Maarten,
eisers,
gemachtigde: mr. B. Brooks en mr. T.T.P. Heymans,
tegen
[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
beiden wonende in Sint Maarten,
gedaagden,
gemachtigde: mr. S.R. Bommel,
Partijen zullen in dit vonnis verder ook met hun voornaam worden aangeduid.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het inleidend verzoekschrift met producties, op 19 juni 2025 ter griffie ingediend;
  • de conclusie van antwoord met producties, van 14 oktober 2025.
1.2.
De mondelinge behandeling zou plaatsvinden op 11 februari 2026 en is op verzoek van de gemachtigde van eisers verplaatst naar 19 februari 2026. Bij emailbericht van 16 februari 2026 heeft de gemachtigde van eisers meegedeeld dat eisers de vordering intrekken. De gemachtigde van gedaagden heeft vervolgens verzocht om een proceskostenveroordeling uit te spreken.
1.3.
Vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
De vader van alle vier partijen was [vader]. [vader] is gehuwd geweest met [eerste echtgenote]. Uit dit huwelijk zijn [eisers] en [gedaagde 2] geboren. Het huwelijk is op [datum] ontbonden.
2.2. [
vader] is op [datum] opnieuw gehuwd, met [tweede echtgenote]. Uit dit huwelijk is [gedaagde 1] geboren. Het huwelijk is ontbonden wegens overlijden van [tweede echtgenote].
2.3. [
vader] heeft op [datum] een testament gemaakt. Dit testament houdt, voor zover relevant, het volgende in:
I. REVOCATION:
I revoke all testamentary dispositions previously made by me.
II. Etcetera.
III. Etcetera.
IV. APPOINTMENT HEIR(S)
Under the burden of the sub III mentioned bequests, I appoint as my sole heir:my above-mentioned son, [gedaagde 1], or in the event he passed away before or simultaneously with me, his legal descendants in accordance with the ab intestate law.Etcetera.ExclusionMy other children and their legal descendants are expressly excluded from my estate.
V. APPOINTMENT EXECUTOR(S)
I appoint as executor of my estate, with all the rights allowed by the applicable laws, including the authority to take full possession of my entire estate until he has terminated his function and has been discharged by the heir(s): my son, [gedaagde 1], above mentioned.
2.4.
Op 5 september 2023 heeft [vader] een verzoekschrift ingediend, waarbij hij in kort geding vorderde om [eiser 2] uit zijn woning aan de [adres] te ontruimen. Deze vordering is door het Gerecht afgewezen.
2.5. [
vader] is op 19 juni 2024 overleden.

3.Het geschil

3.1. [
eisers] vorderen, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
• Het testament van wijlen [vader] opgemaakt op [datum] 2023 bij notaris Meredith Boekhoudt te vernietigen wegens het ontbreken van wilsbekwaamheid op het moment van het verlijden van het testament.
Subsidiair:
• Een deskundigenonderzoek te gelasten naar de geestelijke toestand van
erflater ten tijde van het opmaken van het testament.
3.2. [
eisers] leggen aan hun vordering het volgende ten grondslag. De erflater, hun vader, was op het moment van ondertekening van het testament wilsonbekwaam, omdat hij toen leed aan dementie. Deze dementie belette een redelijke waardering van de bij het testament betrokken belangen, omdat de wilsverklaring onder invloed van de geestelijke stoornis is voldaan.
Erflater was op [datum] niet in staat zijn wil op vrije en weloverwogen wijze te bepalen en juridisch te laten vastleggen. Bovendien menen [eisers] dat de notaris het testament niet heeft mogen opmaken, omdat het duidelijk zichtbaar was dat erflater aan dementie leed.
3.3. [
gedaagden] hebben de vordering betwist. Zij stellen dat hun vader ten tijde van het verlijden van het testament niet dementerende was.

4.De beoordeling

4.1.
Eisers hebben de vordering ingetrokken, zodat het Gerecht daarop niet meer zal beslissen. Gedaagden hebben verzocht om een proceskostenveroordeling uit te spreken. Dat hadden zij ook al gedaan in hun conclusie van antwoord. Het Gerecht ziet in deze zaak aanleiding om af te wijken van de gebruikelijke compensatie van proceskosten in familiezaken. Eisers hebben de vordering min of meer tegen beter weten in ingesteld. Deze kosten worden aan de zijde van [gedaagden] tot op heden begroot op Cg 1.250,- (1,0 punten x tarief Cg 1.250,-) aan salaris voor hun gemachtigde.

5.De beslissing

Het Gerecht:
5.1.
veroordeelt [eisers] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] tot heden begroot op in totaal een bedrag van Cg 1.250,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2026.