Deze zaak betreft de verdeling van de nalatenschap van een erflater die zonder testament is overleden. De nalatenschap, waaronder een perceel met erfpachtrecht, moet worden verdeeld over negen erfgenamen, waarbij plaatsvervulling geldt voor drie overleden kinderen. De eisende erfgenaam, als enige erfgenaam van een van de overleden kinderen, vordert uitkoop van zijn aandeel in de nalatenschap.
Na een uitgebreid procesverloop met meerdere conclusies van antwoord, een comparitievonnis en onderhandelingen, hebben partijen een overeenkomst bereikt. Deze overeenkomst bepaalt dat de gezamenlijke andere erfgenamen aan de eisende erfgenaam een bedrag van USD 83.396,17 betalen ter finale kwijting van zijn vordering op de nalatenschap. Er is onenigheid over de wijze van betaling, maar het gerecht neemt de overeenkomst als basis voor het vonnis.
Het vonnis bepaalt dat de gedaagden gezamenlijk het bedrag aan de eiser betalen, met een gespreide betalingstermijn tot uiterlijk 31 december 2027. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventuele hoger beroep procedures.