Eiseres heeft pro forma bezwaarschriften ingediend tegen naheffingsaanslagen premies Ziekteverzekering en Ongevallenverzekering over de jaren 2018, 2019 en 2020. Verweerder stelde een hersteltermijn voor het indienen van de gronden van bezwaar, die na een verzoek van eiseres eenmaal werd verlengd tot 18 april 2024. Eiseres diende de gronden echter pas op 19 april 2024 in, één dag te laat.
Verweerder verklaarde de bezwaren daarop niet-ontvankelijk op grond van artikel 60, tweede lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). Eiseres voerde aan dat de hersteltermijn onredelijk kort was en dat niet duidelijk was dat niet-ontvankelijkheid zou volgen, maar het Gerecht verwierp deze argumenten. De termijn was conform de wettelijke minimale hersteltermijn en de communicatie van verweerder was voldoende duidelijk.
Het Gerecht oordeelde dat verweerder zorgvuldig en in overeenstemming met zijn vaste gedragslijn heeft gehandeld door de bezwaren niet-ontvankelijk te verklaren vanwege de te late indiening. De geringe overschrijding van één dag rechtvaardigt geen afwijking van deze lijn. Het beroep van eiseres wordt daarom ongegrond verklaard en de bestreden beschikking blijft in stand.