ECLI:NL:OGEAM:2025:150

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
19 januari 2026
Zaaknummer
SXM202400536
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning van eigendom van onroerende zaken aan verzoeker, belanghebbende en het Land Sint Maarten op basis van artikel 3:200a BW

Op 8 december 2025 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten uitspraak gedaan in een civiele zaak met zaaknummer SXM202400536. De zaak betreft een verzoek op grond van artikel 3:200a van het Burgerlijk Wetboek (BW) met betrekking tot een perceel grond gelegen te Upper Prince’s Quarter, Sint Maarten. De verzoeker, die samen met een andere verzoeker optrad, vroeg om toekenning van eigendom van een perceel dat niet op naam stond in de registers. Het Gerecht heeft overwogen dat het toekennen van kleine stukjes onontgonnen terrein aan individuele deelgenoten niet in lijn is met de bedoeling van de regeling voor langdurig onverdeeld gebleven gemeenschappen. De belanghebbende heeft overeenkomsten ingediend met zijn broers en zussen om hun aandeel in de onverdeelde gemeenschap aan hem over te dragen. Het Gerecht heeft vervolgens besloten dat de belanghebbende recht heeft op een perceel van 385 m2, terwijl het resterende perceel van 14.184 m2 aan het Land Sint Maarten is toegewezen. De beschikking is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over hun rechten en plichten met betrekking tot de toekenning van de percelen. De kosten van de procedure worden door iedere partij zelf gedragen.

Uitspraak

HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: EJ157/2024/SXM202400536
Datum uitspraak: 8 december 2025
Beschikking op het verzoek op grond van artikel 3:200a Burgerlijk Wetboek (BW) met betrekking tot het perceel gelegen te
[NAAM](16.188 m2) te Sint Maarten
omschreven in meetbrief [..1] van […0], met als omschrijving:
This parcel of land is situated on the Island of Sint Maarten, in the district of Upper Prince’s Quarter in the area locally known as “[naam]” and forms a part of the parcel of land described in Certificate of Admeasurement no. [.2] of […6].
It is bounded on the south-west, north-west, north-east and south-east side by the remaining of the parcel of land described in Cert. of Adm. no. [.2] of […6], where on the south-east side is an proposed projected access road (…).
Nature of the land and cultivation: High sloping land for building site.
van:

2 [verzoeker sub2], wonende te Curaçao, gevolmachtigde: verzoeker sub 1, verzoekers,

met als in het geding verschenen belanghebbende:

3 [belanghebbende], wonende te Sint Maarten,

hierna: [belanghebbende],
gemachtigden: mr. R.F. Gibson Jr. en mr. I.Z. Guardiola.
Verder worden als belanghebbenden aangemerkt:

4 HET LAND SINT MAARTEN, zetelend te Sint Maarten, hierna: het Land,

5. DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ONTWIKKELING, MILIEU EN INFRASTRUCTUUR,zetelend te Sint Maarten,
hierna: de Minister van VROMI.

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Voor het verloop van de rechtszaak tot dan toe verwijst het Gerecht naar de beschikkingen van 24 juni 2024, 30 januari 2025 en 21 juli 2025. Nadien zijn de volgende stukken ingediend:
- een e-mailbericht namens de Minister van VROMI d.d. 2 september 2025;
- de akte uitlating van [verzoeker], ingediend ter rolle van 8 september 2025;
- de akte uitlating van [belanghebbende], ingediend ter rolle van 6 oktober 2025.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In de beschikking van 21 juli 2025 heeft het Gerecht overwogen dat het toekennen aan individuele deelgenoten van kleine stukjes onontgonnen terrein, waarop hoegenaamd geen ontwikkeling mogelijk is en waarvan de waarde vermoedelijk gering is, niet strookt met de bedoeling van de regeling van de langdurig onverdeeld gebleven gemeenschappen. [belanghebbende] is vervolgens in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het samenvoegen van aanspraken, zodat een perceel van meer substantiële omvang ontstaat, dat wel ontwikkeld kan worden.
2.2. [
belanghebbende] heeft overeenkomsten ingediend met zijn broers en zussen [naam1], [naam2], [naam3]en [naam4], waarbij zij hun aandeel in de onverdeelde gemeenschap aan hem overdragen tegen betaling van een geldsom van USD 1.100,-. Verder heeft [belanghebbende] bewijs overgelegd van zijn gegoede financiële positie, waaruit blijkt dat hij in staat is de kosten van een meetbrief en andere toekenningskosten te dragen.
2.3.
In de tussenbeschikking van 30 januari 2025 heeft het Gerecht reeds overwogen dat elk van deze deelgenoten aanspraak kan maken op 77m2 van het perceel [..1/…0]. Samenvoeging van deze aanspraken, samen met het deel van [belanghebbende], levert een perceel op van 385 m2. Hoewel bebouwing bij deze omvang mogelijk niet toegestaan zal zijn op grond van de Hillside Policy, is wel sprake van een perceel van substantiële omvang en lijkt gebruik en ontwikkeling voor andere doeleinden mogelijk. Het Gerecht zal dan ook een deel van het perceel [..1/…0] met een omvang van 385m2 toekennen aan [belanghebbende]. Hiervoor zal [belanghebbende] een meetbrief op moeten laten stellen. In verband met de ontsluiting van het perceel, zal het uit te meten perceel ten zuidwesten naast het perceel [..2/…1] gepositioneerd moeten worden.
2.4.
In de beschikking van 21 juli 2025 heeft het Gerecht overwogen dat het perceel [..2/…1] een oppervlakte van 1.619m2 betreft, dus groter dan het aandeel van 539 m2 van [verzoeker] zelf. Het betreft kennelijk tevens de aanspraken van de deelgenoten [naam X] ([X]) en [naam Y] ([Y]), gelet op de door [verzoeker] overgelegde ‘Power of Attorney’. [verzoeker] heeft in zijn akte van 8 september 2025 gegevens ingediend waaruit blijkt dat [X] en [Y] zijn overleden. Of hun nazaten instemmen met toekenning van het perceel aan [verzoeker] is niet bekend. Deze nazaten zijn, ondanks de openbare oproeping, niet verschenen in de procedure. Het Gerecht zal op de voet van artikel 3:200a lid 4 bepalen dat deze niet in de procedure verschenen deelgenoten die afstammen van [X] en [Y], gedurende een termijn van vijf jaar nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, jegens [verzoeker] aanspraak kunnen maken op een geldelijke vergoeding. Daarbij dient per erflater te worden uitgegaan van een derde van de (alsdan te taxeren) grondwaarde per datum van deze beschikking, waarop de kosten van [verzoeker] voor het opstellen van de meetbrieven en de onderhavige procedure in mindering dienen te worden gebracht.
2.5.
Het Gerecht zal het overblijvende van het perceel [..1/…0], na aftrek van het perceel [..2/…1] en na aftrek van het nog uit te meten perceel van 385 m2 dat toekomt aan [belanghebbende], toewijzen aan het Land. De resterende oppervlakte is 14.184 m2. De in de procedure verschenen partijen hebben daar geen bezwaren tegen geuit. Aldus is de onverdeeldheid van het perceel [..1/…0] opgeheven.
2.6.
Het Gerecht zal de kosten compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
2.7.
Het meer of anders verzochte zal worden afgewezen.

3.De beslissing

Het Gerecht:
3.1.
wijst [verzoeker] aan als gebruiker van het perceel [..2/…1] gelegen te Upper Prince’s Quarter te Sint Maarten en kent deze onroerende zaak in eigendom aan hem toe;
3.2.
bepaalt dat de in de procedure niet-verschenen deelgenoten die afstammen van [X] en [Y] gedurende een termijn van vijf jaar nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, jegens [verzoeker] aanspraak kunnen maken op een geldelijke vergoeding als bedoeld onder rechtsoverweging 2.4;
3.3.
wijst [belanghebbende] aan als gebruiker van een nog uit te meten perceel van 385 m2, gelegen binnen het perceel [..1/…0] ten zuidwesten van het perceel [..2/…1], gelegen te Upper Prince’s Quarter te Sint Maarten en kent deze onroerende zaak in eigendom aan hem toe;
3.4.
bepaalt dat [naam1], [naam2], [naam3]en [naam4] jegens [belanghebbende] elk aanspraak kunnen maken op de tussen hen overeengekomen geldsom van USD 1.100,-;
3.5.
kent, na aftrek van het perceel [..2/…1] en het nog uit te meten perceel dat in eigendom is toegewezen aan [belanghebbende], het overblijvende van het perceel [..1/…0] te Upper Prince’s Quarter te Sint Maarten, met een resterende omvang van 14.184 m2, in eigendom toe aan het Land;
3.6.
bepaalt dat deze beschikking door toedoen van de griffier binnen twee weken na deze uitspraak openbaar bekend wordt gemaakt in de National Gazette en The Daily Herald en op de website van het Gemeenschappelijk Hof, door plaatsing van dit bericht:
BEKENDMAKING
Bij beschikking van het Gerecht in eerste Aanleg van Sint Maarten van 8 december 2025 zijn op grond van de wettelijke regeling voor langdurig onverdeeld gebleven gemeenschappen (artikel 3:200a BW BES) onroerende zaken in eigendom toegekend aan [verzoeker], [belanghebbende] en het Land Sint Maarten. Het betreft de onroerende zaken:
- Het perceel omschreven in meetbrief [..2/…1], te Upper Prince’s Quarter te Sint Maarten (1619 m2), toegekend aan [verzoeker];
- Het niet uitgemeten perceel met een omvang van 385 m2, gelegen binnen het perceel [..1/…0] ten zuidwesten van perceel [..2/…1], te Upper Prince’s Quarter te Sint Maarten, toegekend aan [belanghebbende];
- Het restant van het perceel [..1/…0] (14.184 m2), toegekend aan het Land Sint Maarten.
De beschikking is met als zoekterm SXM202400536 te vinden onder Uitspraken op
www.rechtspraak.nl
3.7.
bepaalt dat de griffier nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan een afschrift van deze beschikking zendt aan de bewaarder van de openbare registers in Sint Maarten ter inschrijving;
3.8.
draagt de griffier op, nadat deze beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, de kosten voor de openbare bekendmakingen in mindering te brengen op het door verzoeker betaalde voorschot en het eventueel overblijvende uit te keren aan verzoeker;
3.9.
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.10.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. Drenth, rechter bij dit Gerecht, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 december 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld door iedere belanghebbende, binnen zes weken na de dag van de uitspraak.