Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
1.[gedaagde 1],
2. [gedaagde 2],
3. [gedaagde 3],
1.Het procesverloop
- het inleidend verzoekschrift met producties, op 31 januari 2025 ter griffie ingediend;
- de conclusie van antwoord, met producties.
2.De feiten
3.Het geschil
a. Voor recht te verklaren dat hij net als al zijn broers en zusters, recht heeft
4.De beoordeling
Het Gerecht oordeelt hierover als volgt.
In het algemeen worden proceskosten gecompenseerd, indien het gaat om een procedure tussen familieleden. Er kan echter sprake zijn van misbruik van procesrecht door een partij. Dat is het geval als het instellen van een vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had moeten blijven. Ook kan het zijn dat de eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende of behoorde te kennen. [1] Naar het oordeel van het Gerecht is dat hier aan de orde, zoals hiervoor overwogen. Hierin ziet het Gerecht aanleiding over te gaan tot begroting van de daadwerkelijke proceskosten van [gedaagde1], [gedaagde2] en [gedaagde3] gezamenlijk. Deze zijn niet onderbouwd, maar worden door het Gerecht begroot op Cg 10.000,-.
Ter zitting heeft [eiser] overigens verklaard zich onmiddellijk na afloop van de mondelinge behandeling tot de notaris te wenden om de gewenste overdracht van perceel SXM CDS […/….] in werking te kunnen zetten.