ECLI:NL:OGEAM:2025:133

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
SXM202500365
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding bouwovereenkomst en veroordeling aannemer tot schadevergoeding en proceskosten

Partijen sloten op 8 juni 2023 een bouwovereenkomst voor de bouw van een woning met zwembad. De aannemer, The Force Plus N.V., leverde niet tijdig op ondanks uitsteltermijnen, waarna eisers de aannemer in gebreke stelden en betaling van resterende bedragen en schade vorderden.

Eisers stelden dat de aannemer wanprestatie pleegde en daardoor aanzienlijke schade leed, waaronder vertragingsschade, kosten voor vervangende woonruimte en extra kosten voor afronding van het project. The Force voerde verweer over onduidelijkheid van bedragen en gedeelde verantwoordelijkheid.

Het gerecht oordeelde dat de aannemer niet tijdig had opgeleverd en wees de maximale vertragingsschade van USD 10.000 toe. De huurkosten voor vervangende woonruimte werden toegewezen tot en met december 2025, totaal USD 17.000. De kosten voor afronding van het project werden vastgesteld op USD 93.474,23, verminderd met USD 12.900 voor een extra retaining wall. Buitengerechtelijke kosten werden toegewezen op Cg 3.000. De garantsteller werd hoofdelijk aansprakelijk gehouden.

Het gerecht veroordeelde The Force en de garantsteller hoofdelijk tot betaling van USD 107.574,23 plus wettelijke rente vanaf 31 juli 2024 en tot betaling van proceskosten. De overige vorderingen en verklaringen voor recht werden afgewezen.

Uitkomst: De aannemer en haar garantsteller worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van USD 107.574,23 schadevergoeding en proceskosten.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202500365
Vonnisdatum: 2 december 2025
in de zaak van

1.[eiser 1],

2. [eiser 2],
beiden wonende in Sint Maarten,
eisers,
gemachtigde: mr. B. Brooks, mr. T.T.P. Heymans,
tegen

1.de naamloze vennootschap THE FORCE PLUS N.V.,

gevestigd in Sint Maarten,
gedaagde,
gemachtigde: gedaagde 2

2.[gedaagde 2],

wonende in Sint Maarten,
gedaagde.
Partijen zullen hierna [eiser], The Force en [gedaagde] worden genoemd.
1. Het procesverloop
- Het procesverloop blijkt uit: het inleidend verzoekschrift met producties, op 3 april 2025 ter griffie ingediend;
- de conclusie van antwoord van 26 mei 2025 met producties.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 13 november 2025 plaatsgevonden in aanwezigheid van eisers, hun gemachtigde en The Force en haar gemachtigde [gedaagde]. Bij gelegenheid van deze mondelinge behandeling hebben partijen hun wederzijdse standpunten nader uiteengezet, mede aan de hand van vragen van het Gerecht.
1.3.
Vonnis is bepaald op vandaag.
2. De feiten
2.1.
Op 8 juni 2023 hebben partijen een bouwovereenkomst gesloten. Op dezelfde
datum is ook nog een addendum toegevoegd aan hun overeenkomst. The Force zou
voor [eiser] een vier-slaapkamer woning inclusief zwembad bouwen, volgens
de door [eiser] aangeleverde bouwtekeningen en bouwvereisten.
The Force is verantwoordelijk om al het benodigde materiaal, gereedschap en
apparatuur aan te leveren en/of hiervoor te betalen om als zodanig een tijdige
oplevering te kunnen bewerkstelligen.
2.2.
Partijen komen overeen dat voor materiaal en arbeid, het begrote bedrag van
USD 288.800,- in tranches, zal worden voldaan. Voordat een periodieke tranche
uitkering plaatsvindt, dient er door The Force een voortgangsrapport te worden
verschaft, die door de verzekering (Nagico) dient te worden goedgekeurd. Na
goedkeuring van dergelijk rapport wordt er uitgekeerd.
2.3.
Van het bedrag, USD 288.800,- zal 5% (USD 14.680,-) ingehouden worden
voor een periode van 30 dagen na voltooiing van de constructiewerkzaamheden in
verband met eventuele kosten voor aanvullend materiaal of aanvullende
werkzaamheden. In aanvulling hierop wordt 60 dagen na overdracht en oplevering,
een additionele 5% ingehouden voordat dit bedrag zal worden uitbetaald. Indien
het ingehouden bedrag niet toereikend blijkt, dan blijft The Force hiervoor
verantwoordelijk.
2.4.
In totaal werd door [eiser] een bedrag van USD 245.164,23 aan The
Force en leveranciers voldaan, USD 114.960,40 direct aan The Force.
2.5.
De bouw van het gehele project (woning, steunmuren, op- en afrit,
parkeerplaatsen en zwembad) diende niet later dan 7 februari 2024 te zijn voltooid.
Na een eerste uitstel tot april 2024 werd met wederzijds goedvinden uiteindelijk een
31 juli 2024 als nieuwe opleveringsdatum overeengekomen. Deze opleveringsdatum
werd niet gerealiseerd door The Force. Op 31 juli 2024 heeft [eiser] The Force in
gebreke gesteld.
2.6.
Op 8 november 2024 volgde nog een 'letter of summons' (aanmaning)
verstuurd naar gedaagden, waarin The Force en Lynch verzocht werd om het
overgebleven bedrag van USD 46.634,23 van wat in totaal naar gedaagden werd
overgemaakt, te retourneren.
2.7.
Op 7 februari 2025 zijn gedaagden aangeschreven door de gemachtigde van
[eiser] tot betaling van het terug te betalen bedrag en aanvullende schade.
3. Het geschil
3.1. [
eiser] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
a. Voor recht te verklaren dat gedaagden wanprestatie hebben gepleegd en dat
eisers daardoor schade hebben geleden;
b. Voor recht te verklaren dat gedaagden hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de
door eisers geleden schade als gevolg van de niet nakoming van de
overeenkomst;
c. gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de door eisers geleden
schade begroot op USD 112.474,23, te vermeerderen met de wettelijke rente
daarover vanaf 31 juli 2024, tot aan de dag der algehele voldoening;
d. Gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de door eisers
gemaakte buitengerechtelijke juridische kosten van USD 2.355,93;
e. Gedaagden hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure,
daaronder begrepen de zegels, griffierechten, deurwaarders- en overige
gedingskosten, alsook een bedrag aan salaris gemachtigde.
3.2. [
eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag.
In deze zaak is de nakoming van de overeenkomst door The Force blijvend
onmogelijk. De tekortkoming in de nakoming heeft als gevolg dat [eiser] de
volgende kosten/schade hebben geleden.
Vertragingsschade door het nalaten en uitstel van de bouw door gedaagden
volgens paragraaf 9.1 van de bouwovereenkomst: USD 10.000,-;
Huur van een appartement, als gevolg van de vertraging van het project:
USD 1.000,- per maand;
Kosten om het project af te maken. Deze zijn aanzienlijk gestegen. Ingevolge
paragraaf 9.2 van het bouwovereenkomst blijven deze kosten voor rekening van
The Force. Dit is een bedrag van USD 93.474,23;
Kosten voor juridische bijstand, begroot op USD 2.355,93.
3.3.
Eisers hebben een aannemer kunnen vinden die een rapport aan
Nagico heeft kunnen verschaffen om zodoende de constructie m.b.t. de
woning voort te kunnen zetten. Verzoekers hebben op 24 maart 2025 een
evaluatierapport mogen ontvangen van deze aannemer, waarop op de
laatste pagina duidelijk werd aangegeven dat om het project af te
maken er USD 54.700.- benodigd is.
3.4.
The Force heeft het volgende tot verweer gevoerd.
De vertragingsschade van USD 10.000,- is juist. Het terug te betalen bedrag van
USD 46.634,23 is te onduidelijk. [eiser] moet dat onderbouwen.
Daarnaast heeft The Force op de eerste verdieping stenen van 8" gebruikt in plaats
van de overeengekomen stenen van 6". Daarnaast is er een retaining wall gemaakt
om erosie te voorkomen. Dat leidt tot een substantiële verhoging van de kosten van
USD 37.680,-.
De kosten voor de verdere afbouw van hete project bedragen USD 54.700,- zoals
blijkt uit het door [eiser] overgelegd rapport.
De kosten voor vervangende woonruimte zouden moeten worden beperkt tot één
jaar.
The Force neemt het standpunt in dat er tijdens de bouw dingen niet goed zijn
gegaan, maar dat dat een gedeelde verantwoordelijkheid met [eiser] is, zodat
de schade ook moet worden verdeeld.
Ten slotte is niet begrijpelijk hoe [eiser] op het gevorderde bedrag van
USD 112.474,23 komt.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader
ingegaan.
4. De beoordeling
vertragingsschade
4.1.
Artikel 9.1. van de overeenkomst bepaalt:
"In the event the work is delayed due to neglect of the Contractor and after issuance of notice to (re)commence work by the Owners, the contractor agrees to pay the Owners the sum of US $100.00 per Day- in a workweek of five (5) days, Mondays through Fridays- as liquidated damages until such time as the work is completed. Or to the maximum amount of Ten Thousand United States Dollar"
The Force erkent dat zij niet tijdig heeft opgeleverd. Het gevorderde maximumbedrag van USD 10.000,- is daarom toewijsbaar.
kosten vervangende woonruimte
4.2.
Als gevolg van het verzuim heeft [eiser] vanaf augustus 2024 tijdelijk
andere woonruimte moeten vinden. The Force is het eens met een bedrag van
USD 1.000,- per maand. Het Gerecht vindt het redelijk om de huurperiode te laten
doorlopen tot en met december 2025. Een bedrag van USD 17.000,- is daarom
toewijsbaar.
begrote kosten voor afronding
4.3.
Beide partijen hebben het rapport Valuation of Real Property van House of
Designz van 24 maart 2025 in het geding gebracht. Op grond van de conclusies in
dat rapport en de ter zitting door [eiser] aangetoonde daadwerkelijke uitgaven,
heeft [eiser] voldoende onderbouwd dat de kosten voor afronding van alle
werkzaamheden het gevorderde bedrag van USD 93.474,23 bedragen. Dat bedrag is
daarom ook toewijsbaar.
Dat dit bedrag inmiddels hoger is geworden als gevolg van mogelijke
prijsstijgingen, komt voor risico van The Force.
Artikel 9.2 van de bouwovereenkomst bepaalt:
"Increase in prices of materials and salaries shall be for the account of the Contractor and have no effect on the extent of the construction price or works to be executed".
kosten retaining wall
4.4. [
eiser] heeft als reactie op het verweer van The Force aangevoerd dat
[gedaagde] het te bebouwen terrein van tevoren zelf heeft geïnspecteerd, dat alle
woningen in de buurt een retaining wall hebben, maar bovenal dat de retaining wall
al op de bouwtekeningen staat. Dat laatste bleek ter zitting genuanceerder te liggen.
Er staan drie retaining walls ingetekend, geletterd A, B en C. De retaining wall die
The Force bedoeld, was een extra muur. Daarover hebben partijen per Whatsapp
overlegd. The Force heeft voldoende onderbouwd dat het hier gaat om extra kosten,
die tijdens het project zijn opgekomen. Het mag zo zijn, dat [gedaagde] dit ook van
tevoren zou hebben kunnen zien, maar ook dan zouden er extra kosten mee
gemoeid zijn. Het in mindering te brengen bedrag van USD 12.900,- komt het Gerecht niet onredelijk voor.
4.5.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, ziet het Gerecht geen aanleiding om de
kosten over beide partijen te verdelen. Toewijsbaar is zodoende:
kosten afronding project USD 93.474,23
vertragingsschade USD 10.000,00
vervangende woonruimte USD 17.000,00-
USD 120.474,23
af: kosten retaining wall
totaal
USD 12.900,00 -/-
USD 107.574,23
buitengerechtelijke kosten
4.6.
The Force heeft niet betwist dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn
verricht, waarvoor [eiser] kosten heeft moeten betalen. Het Gerecht zal volgens
het Procesreglement 2023 een bedrag van Cg 3.000,- toewijzen.
persoonlijke aansprakelijkheid [gedaagde]
4.7.
Artikel 14.1 van de overeenkomst bepaalt:
"[gedaagde], hereby personally guarantees the execution and proper fulfillment of this agreement by the Contractor."
[gedaagde] heeft zijn persoonlijke aansprakelijk ook niet betwist en daarom zijn alle
vorderingen ook jegens hem toewijsbaar.
verklaringen voor recht
4.8.
Gelet op de toe te wijzen bedragen en hoofdelijke veroordeling daartoe,
bestaat geen belang bij de gevorderde verklaringen voor recht. Die zullen dus niet
worden toegewezen.
proceskosten
4.9.
The Force en [gedaagde] zullen als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij
in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van
[eiser] tot op heden begroot op:
zegelkosten Cg 35,00
explootkosten Cg 269,50
griffierecht Cg 2.020,00
salaris gemachtigde
totaal:
Cg 4.000,00 + (2,0 punten x Cg 2.000)
Cg 6.324,50
5. De beslissing
Het Gerecht:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] en The Force hoofdelijk tot betaling aan [eiser] van een bedrag van USD 107.574,23, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 31 juli 2024 tot aan de dag van algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt The Force en [gedaagde] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op Cg 6.324,50;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.J. Saarloos, rechter, bijgestaan door M.J. Schutjes, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.