Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAM:2025:108

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
6 november 2025
Zaaknummer
SXM202500117
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 6 Rv SMArt. 92 Rv SMArt. 4:204 BW SM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wegens nietige dagvaarding aan onbekende erfgenamen

In deze civiele procedure bij het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten heeft eiser een vordering ingesteld tegen de gezamenlijke erfgenamen van wijlen [naam]. De dagvaarding werd betekend aan de 'onbekende erfgenamen' zonder dat hun namen en adressen waren vermeld, hetgeen alleen in specifieke gevallen conform artikel 5 lid 6 Rv Pro SM is toegestaan. De rechter stelde eiser in de gelegenheid om alsnog de namen en adressen van alle erfgenamen op te geven, maar dit is niet gebeurd.

De rechtbank oordeelde dat de betekening nietig is vanwege het ontbreken van de vereiste gegevens, waardoor eiser niet-ontvankelijk is in zijn vordering. Tevens werd gewezen op de mogelijkheid om via artikel 4:204 BW Pro SM een vereffenaar te laten benoemen aan wie het verzoekschrift kan worden betekend. De proceskosten werden aan eiser opgelegd, begroot aan de zijde van twee gedaagden op elk Cg 1.250,00 plus nakosten, terwijl een derde gedaagde in persoon procedeerde en geen kosten werd opgelegd.

De beslissing werd als vonnis gegeven en is gebaseerd op de geldende wettelijke bepalingen omtrent betekening en procesrecht. Hiermee wordt het belang van correcte procesvoering en betekening benadrukt, vooral bij onbekende erfgenamen.

Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens nietige betekening aan onbekende erfgenamen.

Uitspraak

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN

Zaaknummer: SXM202500117
Vonnis d.d. 28 oktober 2025
inzake
[naam eiser],
wonend in Sint Maarten,
eiser,
die in persoon procedeert,
tegen
DE GEZAMENLIJKE ERFGENAMEN VAN WIJLEN [NAAM], [NAAM] EN [NAAM],
zonder bekende woon- of verblijfplaats,
gedaagden,
van wie in de procedure zijn verschenen:
[gedaagde sub1],
zonder (opgegeven) woonplaats,
gemachtigde: mr. R.F. Gibson,
[gedaagde sub2],
zonder (opgegeven) woonplaats,
gemachtigde: mr. V.C. Choennie,
[gedaagde sub3],
wonend in Sint Maarten,
die in persoon procedeert.

1.Het procesverloop

1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
  • het verzoekschrift met producties, op 4 februari 2025 ter griffie ingediend;
  • de rolzitting van 10 juni 2025 waar aan de zijde van gedaagde de hiervoor genoemde personen zijn verschenen;
  • het bericht namens de rolrechter aan partijen van 11 juni 2025 waarin de zaak is verwezen naar de rol voor het nemen van een akte door eiser voor het opgeven van de namen en adressen van alle erfgenamen;
  • de akte van eiser 19 augustus 2025;
  • de antwoordakten van de in de procedure verschenen gedaagden.
1.2.
Ten slotte is de zaak verwezen naar de rol van heden voor een rolbeslissing.

2.De feiten en de beoordeling

2.1.
Bij een betekening van een verzoekschrift aan de erfgenamen moeten hun namen en woonplaatsen worden vermeld. Betekening aan de gezamenlijke erfgenamen zonder vermelding van hun namen en woonplaatsen is alleen mogelijk in de in artikel 5 lid 6 Rv Pro SM vermelde gevallen en op de daarin genoemde wijzen. Van een of meerdere van die gevallen is geen sprake. Daarover is geen discussie.
2.2.
Omdat niet alle erfgenamen zijn verschenen, ook daarover is geen discussie, is eiser door de rolrechter in de gelegenheid gesteld om op de rol van 19 augustus 2025 alsnog een opgave te doen van de namen en adressen van alle erfgenamen, opdat daarna alsnog een correcte betekening kan plaatsvinden. Eiser heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt, althans blijken uit de door hem overgelegde stukken niet de namen en/of de adressen van alle erfgenamen.
2.3.
De conclusie uit het voorgaande is dat ex artikel 92 Rv Pro SM sprake is van een nietig betekeningsexploot. Eisers zal daarom in zijn vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
2.4.
Ten overvloede wordt opgemerkt dat de betekeningsvoorschriften van artikel 5 lid 6 Rv Pro SM niet kunnen worden ‘opgerekt’. [1] Wanneer de erfgenamen niet bekend zijn, kan via artikel 4:204 BW Pro SM om benoeming van een vereffenaar over de nalatenschap worden verzocht en kan het verzoekschrift vervolgens aan deze vereffenaar worden betekend.
2.5.
Eiser zal als gevolg van het bovenstaande in de proceskosten worden veroordeeld. Deze worden aan de zijde van [gedaagde sub1] begroot op Cg 1.250,00, te vermeerderen met de nakosten zoals gevorderd. Aan de zijde van [gedaagde sub2] worden deze begroot op Cg 1.250,00. Daarbij is voor beiden uitgegaan van 1 punt x tarief 5. Omdat [gedaagde sub3] in persoon procedeert, worden de kosten aan zijn zijde begroot op nihil.
2.6.
Omdat deze beslissing geen procedurele beslissing is, zal deze anders dan aangekondigd, niet als rolbeslissing maar als vonnis worden gegeven.

3.De beslissing

Het Gerecht:
3.1.
verklaart eiser niet-ontvankelijk in zijn verzoek;
3.2.
veroordeelt eiser in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub1] begroot Cg 1.250,00, te vermeerderen met de nakosten die zonder betekening worden begroot op Cg 250,00 en worden verhoogd met Cg 150,00 na betekening, en aan de zijde van [gedaagde sub2] begroot op Cg 1.250,00;
3.3.
verklaart, zoals gevorderd, de proceskostenveroordeling ten aanzien van [gedaagde sub1] uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman, rechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025.

Voetnoten

1.Zie HR 5 april 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BY9084) waarin hetzelfde is overwogen ten aanzien van het met artikel 5 lid 6 Rv Pro SM vergelijkbare Nederlandse artikel 53 en Pro 54 Rv.