Op een kruising zonder werkende verkeerslichten vond een aanrijding plaats tussen de auto's van eiser en gedaagde. Volgens de geldende voorrangsregels had eiser voorrang. Gedaagde werd aansprakelijk gehouden omdat zij geen voorrang verleende.
Gedaagde stelde dat eiser kennelijk opzettelijk op haar was ingereden en dat eiser geen poging had gedaan de aanrijding te voorkomen, onder meer omdat er geen remsporen waren. Ook betwistte zij de hoogte van de schadevergoeding en stelde dat eiser mogelijk onder invloed was. Deze verweren werden door het gerecht verworpen. Het politierapport ondersteunde niet de stelling van opzettelijk handelen of invloed van alcohol.
De schadevergoeding van USD 4.093,88, gebaseerd op een factuur van een garagebedrijf, werd als correct beoordeeld. De verschillen in facturen en foto's werden toegelicht en onvoldoende geacht om twijfel te zaaien over de aansprakelijkheid of schadehoogte. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding en de proceskosten van eiser.