Op 6 maart 2024 heeft het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van onder meer diefstal met geweld, het voorhanden hebben van vuurwapens, poging tot moord en doodslag, bedreiging, wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling.
Tijdens de terechtzitting op 14 februari 2024 werd uitgebreid bewijs besproken, waaronder verklaringen van slachtoffers, getuigen en medeverdachten, tapgesprekken en proces-verbalen. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van twaalf jaar, maar de verdediging pleitte vrijspraak wegens gebrek aan overtuigend bewijs.
Het Gerecht oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was om de tenlastegelegde feiten te bewijzen. Er was onduidelijkheid over het gericht schieten op slachtoffers, de betrouwbaarheid van verklaringen over vuurwapens was twijfelachtig, en het alternatieve scenario van de verdediging werd niet weerlegd met voldoende bewijs. Ook was er geen bewijs voor de wederrechtelijke vrijheidsberoving en mishandeling door verdachte.
De in beslag genomen marihuana, kogelvrije vesten en metalen frames werden onttrokken aan het verkeer, terwijl overige voorwerpen aan verdachte werden teruggegeven. De vordering tot gevangenneming werd afgewezen en verdachte werd integraal vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.