Verzoeker trad op 1 augustus 2022 in dienst bij SKOS als docent natuurkunde voor een jaar. In maart 2023 stuurde verzoeker cijfers toe voor een onderzoeksproject (Investigative Project - IP) aan het afdelingshoofd, terwijl leerlingen het examen pas later inleverden. SKOS startte daarop een onderzoek en schorste verzoeker met behoud van loon. Op 21 april 2023 werd verzoeker op staande voet ontslagen wegens het verstrekken van zogenoemde 'ghost grades', oftewel cijfers zonder dat het examen was afgenomen.
Tijdens de procedure leverde SKOS bewijs aan in de vorm van schriftelijke verklaringen van leerlingen die stelden dat verzoeker het mondelinge examen niet had afgenomen en dat de cijfers onterecht waren toegekend. Verzoeker wijzigde zijn standpunt meerdere keren en stelde onder meer dat hij een mondeling examen had afgenomen bij twee leerlingen namens de klas, maar deze stellingen werden door het gerecht gepasseerd vanwege inconsistenties en het late tijdstip van aanvoeren.
Het gerecht oordeelde dat SKOS voldoende aannemelijk had gemaakt dat verzoeker fraudeerde met de cijfers, waardoor sprake was van een dringende reden voor ontslag op staande voet. De persoonlijke omstandigheden van verzoeker wogen niet op tegen de ernst van de fraude. Het primaire verzoek tot vernietiging van het ontslag en het subsidiaire verzoek tot toekenning van een billijke vergoeding werden afgewezen.
Verzoeker werd veroordeeld tot betaling van een gefixeerde schadevergoeding van NAf 12.940,52 aan SKOS, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 21 april 2023, alsmede in de proceskosten en nakosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.