In deze civiele zaak betreffende de afwikkeling van een nalatenschap is vastgesteld dat eiser deelgenoot is van de boedel van zijn betovergrootmoeder, overgrootvader, grootvader en moeder. Gedaagde, die de onroerende zaken in de boedel beheert, is veroordeeld om deze percelen te ontruimen, met uitzondering van de huurders die huurbescherming genieten.
Daarnaast is gedaagde veroordeeld tot betaling van niet-afgedragen huurpenningen vanaf mei 2013 tot aan de ontruiming, verdeeld in drie perioden met bijbehorende bedragen en wettelijke rente. De notaris zal de ontvangen bedragen vasthouden totdat is vastgesteld wie deelgenoot zijn van de boedel, waarna de verdeling zal plaatsvinden.
De vorderingen van gedaagde in reconventie zijn afgewezen en zij is veroordeeld in de proceskosten. Ook is vastgesteld dat het verzoek van eiser in juni 2023 niet als eiswijziging geldt. De proceskosten zijn verdeeld met een totaal van NAf 18.763,50 ten laste van gedaagde. Alle veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.