Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
[naam] ,geboren [datum] 2011 te Colombia.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
De moeder heeft bij het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten een verzoek ingediend om samen met de vader het gezag over hun minderjarige kind te verkrijgen en het hoofdverblijf van het kind bij haar te bepalen. De minderjarige woont echter in Colombia bij haar tante, en de vader woont eveneens in Colombia.
Op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961, waarbij Sint Maarten partij is, is de rechter bevoegd in het land waar de minderjarige zijn gewone verblijfplaats heeft. Aangezien de minderjarige in Colombia woont, heeft het Gerecht in Sint Maarten geen rechtsmacht om over het gezagsverzoek te beslissen.
Het Gerecht licht partijen voor dat zij in Colombia een gerechtelijke procedure moeten starten om het gezag vast te leggen. Vervolgens kan in Sint Maarten een verzoek tot erkenning van die Colombiaanse beslissing worden ingediend. De nu overgelegde documenten, waaronder een bemiddelingsakte en een notariële akte, zijn niet voor erkenning vatbaar.
Het Gerecht verklaart zich daarom onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek en wijst partijen op de te volgen procedure in Colombia. Tegen deze beschikking kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Het Gerecht verklaart zich onbevoegd om te beslissen over het gezag van de minderjarige vanwege haar verblijfplaats in Colombia.