ECLI:NL:OGEAM:2024:21
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatige voortzetting vreemdelingenbewaring met oog op verwijdering Sint Maarten
Verzoeker, een Cubaanse nationaliteit bezittende persoon, is in augustus 2022 illegaal per boot op Sint Maarten aangekomen en heeft zich sindsdien niet gemeld bij de Immigratiedienst. Op 17 juni 2024 is hij aangehouden wegens illegaal verblijf en in vreemdelingenbewaring gesteld met een ministeriële verwijderingsbeschikking.
Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot schorsing van de bewaring en verwijderingsbeschikking, stellende dat hij vluchteling is en bij terugkeer risico loopt op vervolging en marteling. Hij stelt traceerbaar te zijn en pleit voor een meldplicht in plaats van bewaring. Verweerder voert aan dat verzoeker een gevaar vormt voor openbare orde en zich aan verwijdering zal onttrekken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker geen verblijfsvergunning heeft aangevraagd en dat zijn humanitaire gronden onvoldoende zijn, mede omdat Sint Maarten niet is toegetreden tot het Vluchtelingenverdrag. Het beroep op artikel 3 EVRM Pro wordt niet gegrond bevonden. De opgelegde maatregel van bewaring is passend en noodzakelijk om verwijdering te waarborgen. Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de vreemdelingenbewaring en verwijderingsbeschikking wordt afgewezen en de bewaring wordt voortgezet.