Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eiser, een Haïtiaanse vreemdeling, werd op 5 februari 2022 staande gehouden en in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van verblijfspapieren. Hij verbleef tot 21 februari 2022 in bewaring, waarna hij werd vrijgelaten met een meldplicht. Eiser stelde beroep in tegen de maatregel en vorderde vernietiging en schadevergoeding.
Het Gerecht constateerde meerdere ernstige procedurele tekortkomingen bij de oplegging van de maatregel, waaronder het ontbreken van een proces-verbaal van de staandehouding, het niet tijdig en correct horen van eiser, en het niet naleven van de eigen richtlijnen en wettelijke voorschriften. Tevens bleek dat verweerder geen rekening hield met een lopende bezwaarprocedure omtrent de verblijfsstatus van eiser.
Deze gebreken maakten het onmogelijk om achteraf de rechtmatigheid van de vrijheidsontneming te toetsen. Het Gerecht oordeelde dat de maatregel onrechtmatig was en verklaarde het beroep gegrond. Vervolgens werd een schadevergoeding toegekend van NAf 1.360,- voor 17 dagen onrechtmatige detentie, gebaseerd op een gebruikelijk dagtarief van NAf 80,-. Daarnaast werden proceskosten en griffierecht aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de maatregel van vreemdelingenbewaring onrechtmatig bevonden, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten aan eiser.