Uitspraak
1.Aanduiding bestreden beschikking
2.Het verloop van de procedure
3.Feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
De beslissing
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Eiser, geboren in de Dominicaanse Republiek, legde op 22 april 2022 een verklaring ter verkrijging van het Nederlanderschap af. Verweerder weigerde deze verklaring op grond van artikel 6, eerste lid, onder h, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), omdat eiser gedurende meer dan zes maanden zijn hoofdverblijf buiten Sint Maarten had.
Eiser verbleef van 26 februari 2020 tot 9 augustus 2021 meer dan negen maanden aaneengesloten buiten Sint Maarten, deels door de Covid-pandemie, maar verweerder stelde dat eiser eerder had kunnen terugkeren. Eiser voerde aan dat vertragingen bij het verkrijgen van documenten en financiële beperkingen hem verhinderden terug te keren, maar dit werd niet als buiten zijn schuld gelegen omstandigheden erkend.
Het Gerecht oordeelde dat verweerder terecht aannam dat eiser zijn hoofdverblijf buiten Sint Maarten had en dat eiser niet voldeed aan de voorwaarde van 15 jaar onafgebroken verblijf. Ook werd geoordeeld dat het ontbreken van een hoorplicht in de bezwaarfase niet tot benadeling leidde, omdat eiser in de beroepsfase zijn standpunt kon toelichten. Het beroep werd ongegrond verklaard en de weigering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de optieverklaring tot Nederlanderschap wordt ongegrond verklaard.