Artikel 3 Landsverordening administratieve rechtspraakArtikel 15, vijfde lid, Landsverordening administratieve rechtspraakArtikel 16, eerste en tweede lid, Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens termijnoverschrijding en ontbreken beroepsgronden bij naheffingsaanslagen Ziekte- en Ongevallenverzekering
Eiseres, La Gondola Restaurant N.V., diende beroep in tegen beschikkingen van het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekosten Verzekeringen betreffende naheffingsaanslagen over de jaren 2013-2017. De bestreden beschikkingen werden op 13 en 16 september 2022 ontvangen, waarna de beroepstermijn op respectievelijk 25 en 28 oktober 2022 verstreek.
De beroepschriften werden echter op 26 oktober 2022 ingediend, waardoor het beroep tegen de beschikkingen op de bezwaarschriften te laat was. Tevens bevatten de beroepschriften geen zelfstandige beroepsgronden, maar verwezen zij slechts naar eerdere bezwaarschriften, hetgeen volgens vaste jurisprudentie onvoldoende is.
Tijdens de zitting op 17 april 2023 gaf de gemachtigde van eiseres geen redenen voor de termijnoverschrijding. Het Gerecht concludeerde dat er geen sprake was van een verschoonbare overschrijding en verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na kennisgeving.
Uitkomst: De beroepen van eiseres zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het ontbreken van beroepsgronden.
Uitspraak
Landsverordening administratieve rechtspraak
Uitspraak: 29 mei 2023
Zaaknummer: SXM202201224 - LAR00286/2022
SXM202201225 - LAR00287/2022
SXM202201226 - LAR00288/2022
SXM202201227 - LAR00289/2022
SXM202201228 - LAR00290/2022
HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
UITSPRAAK
LA GONDOLA RESTAURANT N.V.,
eiseres,
gemachtigde: mr. G.J. BERGMAN,
tegen
HET UITVOERINGSORGAAN SOCIALE EN ZIEKTEKOSTEN VERZEKERINGEN,
verweerder,
gemachtigde: mr. M.M. HOFMAN-RUIGROK.
1.Aanduiding bestreden beschikking
De beschikkingen van verweerder van 16 september 2022, waarbij de bezwaarschriften van eiseres van 22 januari 2019, gericht tegen verweerders beschikkingen van 15 december 2018 inhoudende de oplegging van aanslagen Ziekteverzekering en Ongevallenverzekering voor de premieperiode 2013-2017, ongegrond zijn verklaard en de verminderingsbeschikkingen van 16 september 2022.
2.Procesverloop
Namens eiseres is op 26 oktober 2022 ter Griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier beroepschriften ingediend ingevolge de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).
Op 6 januari 2023 heeft verweerder een verweerschrift (met producties) ingediend. Op 6 april 2023 heeft verweerder aanvullende producties in het geding gebracht.
Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 17 april 2023. Namens eiseres is mr. Jansen verschenen, occuperende voor gemachtigde voornoemd. Verweerder is verschenen bij gemachtigde voornoemd. Partijen hebben op schrift gestelde pleitaantekeningen voorgedragen en overgelegd. De zaken zijn gezamenlijk behandeld.
Uitspraak is bepaald op heden.
3.De feiten en standpunten
3.1.
Verweerder heeft over de jaren 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017 een looncontrole uitgevoerd bij eiseres inzake de loonsommen voor de Ziekteverzekering en Ongevallenverzekering. Hiervan is een conceptrapport opgemaakt. Op basis van het definitief rapport van 26 augustus 2019 heeft verweerder aan eiseres een naheffingsaanslag ter behoud van rechten over de jaren 2013, 2014, 2015, 2016 en 2017 opgelegd. Eiseres heeft bezwaar ingediend. Op 13 september 2022 heeft verweerder een beslissing op bezwaar genomen. Op 16 september 2022 heeft verweerder de verminderingsbeschikking vastgesteld.
3.2.
Eiseres heeft het Gerecht gemotiveerd verzocht de aanslagen te verminderen en heeft verwezen naar de bezwaarschriften met het verzoek om deze herhaald en ingelast te beschouwen.
3.3.
Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd en concludeert tot niet-ontvankelijkheidverklaring dan wel ongegrondverklaring.
4.De beoordeling
In artikel 3, lid 1, van de Lar is bepaald dat onder een beschikking wordt verstaan: een schriftelijk besluit van een bestuursorgaan inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling die niet van algemene strekking is.
Verweerder stelt zich op het standpunt dat het in geding zijnde verminderingsaanslagen geen beschikkingen zijn als bedoeld in artikel 3 LarPro.
Het Gerecht stelt voorop dat de bij de beschikkingen opgelegde aanslagen, inhoudende de vaststelling van de door eiseres verschuldigde ZV/OV en Cessantia premies, moeten worden aangemerkt als aanslagen in de zin van artikel 3, eerste lid van de Lar. Zij is derhalve gericht op enig rechtsgevolg, zodat daartegen een voorziening openstaat bij de rechter.
De tweede te beantwoorden vraag is of de beroepschriften tijdig zijn ingediend.
In artikel 16, eerste lid van de Lar is bepaald dat het beroepschrift wordt ingediend binnen zes weken na de dag waarop de beschikking is gegeven, of geldt als te zijn geweigerd. In het tweede lid van hetzelfde artikel is bepaald dat de dag waarop de beschikking is verzonden of uitgereikt, geldt als de dag waarop deze is gegeven.
De bestreden beschikkingen van verweerder op de bezwaarschriften van eiseres zijn gedateerd 13 september 2022. Onweersproken is dat deze beschikkingen op 13 september 2022 door eiseres zijn ontvangen en daarmee in elk geval op die datum zijn gegeven. De termijn voor het indienen van beroep verstreek derhalve op 25 oktober 2022. De beroepschriften zijn vervolgens op 26 oktober 2022 ingediend. Het Gerecht stelt vast dat de indiening aldus buiten de beroepstermijn is geschied. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres geen redenen gegeven voor deze termijnoverschrijding. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is dan ook geen sprake. Het beroep tegen de beschikkingen op de bezwaarschriften zal niet-ontvankelijk worden verklaard.
De bestreden verminderingsaanslagen zijn gedagtekend 16 september 2022. Onweersproken is dat dat de bestreden beschikkingen op 16 september 2022 zijn ontvangen en daarmee in elk geval op die datum zijn gegeven. De termijn voor het indienen van beroep verstreek derhalve op 28 oktober 2022. De beroepschriften zijn vervolgens op 26 oktober 2022 ingediend. Dit is binnen de zes weken termijn.
Ingevolge artikel 15, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Landsverordening administratieve rechtspraak houdt het beroepschrift de gronden waarop het beroep berust, waaronder het belang dat de indiener bij het beroep heeft.
Het Gerecht stelt vast dat de ingediende beroepschriften geen beroepsgronden bevatten. Eiseres heeft in haar beroepschriften verwezen naar de bezwaarschriften met het verzoek om deze herhaald en ingelast te beschouwen. Ingevolge vaste jurisprudentie is het Gerecht van oordeel dat het enkele verwijzen naar de gronden in de bezwaarschriften onvoldoende is te achten om als beroepsgrond te gelden. Ter zitting heeft het Gerecht de gemachtigde van eiseres op het verzuim gewezen. Eiseres heeft verklaard dat hij voor zijn collega waarneemt en dat dit het dus is waar het Gerecht het mee moet doen.
Gezien het vorenvermeld ziet het Gerecht aanleiding om de beroepen tegen de verminderingsaanslagen ook niet-ontvankelijk te verklaren.
4.De beslissing
Het Gerecht in eerste aanleg:
verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, mr. J. Sybesma en mevrouw M. Lopez-de Weever, bijzondere rechters in het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 29 mei 2023.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.