De moeder van een minderjarige met Haïtiaanse nationaliteit heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van een aanvraag voor een vergunning tot tijdelijk verblijf (v.t.t.v.) voor haar kind, gericht op gezinshereniging. De aanvraag was door de minister van Justitie afgewezen, en het bezwaar ongegrond verklaard.
Het Gerecht stelt vast dat de feitelijke gezinsband tussen moeder en kind is verbroken omdat de scheiding langer dan vijf jaar heeft geduurd. De minderjarige was bij de aanvraag 15 jaar oud en bij de beschikking op bezwaar 16 jaar. De overgelegde verklaring toont toelating tot een elementary school, wat onvoldoende is voor integratie in het middelbaar onderwijs. De minderjarige beheerst de Nederlandse en Engelse taal niet, waardoor succesvolle integratie onwaarschijnlijk is.
De moeder voerde aan dat de situatie in Haïti onveilig is, maar dit werd onvoldoende onderbouwd geacht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.