Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:OGEAM:2023:60

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
17 juli 2023
Publicatiedatum
30 november 2023
Zaaknummer
SXM202200824 - LAR00206/2022
Instantie
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schending hoorplicht in bezwaarfase bij naheffingsaanslag sociale verzekeringen

Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen naheffingsaanslagen sociale verzekeringen over de jaren 2012 tot en met 2016. Verweerder heeft het bezwaar ongegrond verklaard zonder eiseres te horen in de bezwaarfase. Het gerecht oordeelt dat het horen een essentieel onderdeel is van de bezwaarschriftprocedure en dat hiervan slechts kan worden afgezien als redelijkerwijs vaststaat dat het bezwaar niet tot een ander besluit kan leiden.

Verweerder stelde dat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat de achterstand in de bezwaarschriftenafhandeling een reden was om af te zien van een hoorzitting. Het gerecht volgt dit niet en stelt dat verweerder ten onrechte heeft afgezien van het horen, waardoor de beschikking niet in stand kan blijven.

Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres, bestaande uit een bedrag voor het beroepschrift en de zitting, alsmede een vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door drie rechters in het gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten op 17 juli 2023.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens schending van de hoorplicht; verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

Landsverordening administratieve rechtspraak
Uitspraak: 17 juli 2023
Zaaknummer: SXM202200824 - LAR00206/2022
HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
UITSPRAAK
PHIMACA CAR RENTAL N.V.,
eiseres,
gemachtigde: mr. M.C. TERVOORT,
tegen
HET UITVOERINGSORGAAN SOCIALE EN ZIEKTEKOSTEN VERZEKERINGEN,
verweerder,
gemachtigde: mr. M.M. HOFMAN-RUIGROK.

1.Aanduiding bestreden beschikking

De beschikking van verweerder van 5 april 2022 waarbij verweerder het bezwaarschrift van eiseres teven de naheffingsaanslag ZV/OV over de jaren 2012 tot en met 2016, ongegrond heeft verklaard.

2.Procesverloop

Namens eiseres is op 22 april 2022 ter Griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier een beroepschrift ingesteld ingevolge de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar).
Op 4 juli 2022 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.
Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 17 april 2023. Eiseres is bij gemachtigde voornoemd verschenen. Verweerder is verschenen bij gemachtigde voornoemd. Partijen hebben op schrift gestelde pleitaantekeningen voorgedragen en overgelegd.
Uitspraak is (nader) bepaald op heden.

3.Feiten

In 2017 heeft de Controle- en Inspectiedienst van verweerder bij eiseres een looncontrole/boekenonderzoek verricht. Verweerder heeft naar aanleiding daarvan een conceptrapport opgesteld.
Verweerder heeft op 21 juli 2017 een schriftelijke reactie ingediend naar aanleiding van het voornoemde concept rapport. Verweerder heeft het definitieve rapport op 25 oktober 2018 naar eiseres verzonden. In lijn met dit definitieve rapport heeft verweerder op 31 oktober 2018 de aanslag voor 2012 vastgesteld op NAf 8.612,02, de aanslag voor 2013 op NAf 16.689,95, de aanslag voor 2014 op NAf 26.952,01, de aanslag voor 2015 op NAf 29.995,-- en de aanslag voor 2016 op NAf 28.669,--.
Eiseres heeft op 23 november 2018 bezwaar ingediend.
Verweerder heeft bij bestreden beschikkingen van 5 april 2022 de aanslagen gehandhaafd.

4.Beoordeling

4.1.
Eiseres heeft aangevoerd dat zij ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase. Verweerder heeft bij verweerschrift gemotiveerd dat afgezien kon worden van horen nu het bezwaar kennelijk ongegrond is. Voorts heeft verweerder verwezen naar de in de voorliggende periode bestaande achterstand in de afhandeling van bezwaarschriften.
4.2.
Het Gerecht overweegt dat het horen in de bezwaarfase een essentieel onderdeel vormt van de bezwaarschriftprocedure. Van het horen mag slechts worden afgezien, indien er op voorhand redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk is dat de bezwaren niet kunnen leiden tot een andersluidend besluit. Ingevolge vaste jurisprudentie van de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State dient de beslissing om van het horen af te zien te worden genomen op grond van hetgeen in het bezwaarschrift is gesteld. Gelet op de bezwaargronden is het Gerecht van oordeel dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het gemaakte bezwaar niet kon leiden tot een andersluidend besluit en dat verweerder aldus af kon zien van het houden van een hoorzitting. Het voorgaande betekent dat de bestreden beschikking wegens schending van de hoorplicht niet in stand kan blijven. Het Gerecht zal dit besluit- met gegrondverklaring van het beroep- vernietigen.
4.3.
Er is aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze stelt het Gerecht met toepassing van het Besluit Proceskosten Bestuursrecht vast op NAf 1.400,--, zijnde 1 punt ad NAf 700,-- voor het beroepschrift en 1 punt ad NAf 700,-- voor de behandeling ter zitting. Voorts zal het Gerecht bepalen dat verweerder aan eiseres NAf 50,--dient te betalen als vergoeding van het door haar gestorte griffierecht.

5.De beslissing

Het Gerecht in eerste aanleg:
verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;
bepaalt dat verweerder aan eiseres zal betalen een bedrag ad NAf 1400,-- en een bedrag van NAf 50,--.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, mr. J. Sybesma en mevrouw M. Lopez-de Weever, bijzondere rechters in het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 17 juli 2023.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.